Actueel

26-01-2012 - Nieuwe afleveringen 'Verborgen Collecties' laten zien dat Collectie Nederland rijk is aan werken Monet


Verborgen Collecties - zaterdag 28 januari en 4 februari - Avro Nederland 2 - 17.00 uur



Hoeveel werken van de Franse schilder Claude Monet zijn er eigenlijk in Nederland en hoe zijn die werken in het Nederlands openbaar kunstbezit terecht gekomen? In de twee nieuwe afleveringen van Avro's Kunstuur-serie "Verborgen Collecties" wordt wederom duidelijk dat de Collectie Nederland veel rijker is dan we vaak denken.

Deze twee afleveringen werden mogelijk gemaakt door de Vereniging Rembrandt, met dank aan het K.F.Hein Fonds. Ze zijn gemaakt in het kader van het fellowship van de vereniging. In dit tweeluik gaan hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht, als fellow van de Vereniging Rembrandt, en Jhim Lamoree, als host van de serie, opzoek naar de werken van Monet in de Collectie Nederland. Wie wist dat de Nederlandse musea maar liefst achttien werken van deze Franse impressionist in hun bezit hebben?

Een buitenbeentje in het Rijksmuseum
Hecht's en Lamoree's speurtocht begint in het Van Gogh Museum. Daar hangt de allereerste Monet die in een Nederlandse openbare collectie terecht kwam. Dit werk, ‘La Corniche de Monaco' werd in 1900 aan het Rijksmuseum geschonken. Op dat moment leefde Monet nog en was het werk slechts zestien jaar oud. Hecht vertelt dat het Rijksmuseum destijds kortstondig hedendaagse kunst verzamelde en dat het museum daarom een logische plek voor het schilderij was. Jaren later werd het schilderij een buitenbeentje in de collectie en kwam het via omzwervingen als bruikleen in het Van Gogh Museum terecht. Daar komt het werk nu helemaal tot zijn recht samen de vier Monet's die het Van Gogh Museum zélf in de loop der jaren wist te verwerven. Drie daarvan werden met steun van de Vereniging Rembrandt aangekocht.

‘Een goed bewaard geheim'
Volgens Hecht is het ‘een goed bewaard geheim' dat het Rijkmuseum zelfs nóg een Monet in haar bezit heeft. Dit werk, 'een olieverfschets van een bos bloemen', werd in 1922 aan het museum geschonken en hangt tegenwoordig in het depot van het Van Gogh Museum. Volgens Peter Hecht is dit werk nog nooit aan het Nederlandse publiek getoond. In de loop van de twee afleveringen laten Hecht en Lamoree zien dat de Collectie Nederland nog veel meer van dit soort verassingen te bieden heeft. Met bezoekjes aan het Stedelijk Museum, Het Kröller-Müller Museum, Rijksmuseum Twente, Museum Boijmans Van Beuningen en het Gemeentemuseum Den Haag wordt het overzicht van Monet's werk in Nederland helemaal compleet.

De conclusie van Hecht's en Lamoree's zoektocht is dat we in Nederland veel meer werken van Monet hebben dan we tot nu toe dachten. Na een kleine 100 jaar verzamelen hebben we in Nederland een collectie van niet minder dan achttien werken waarin alle belangrijke perioden uit het oeuvre van de kunstenaar vertegenwoordigd zijn, bij elkaar dus een representatief overzicht. Hecht en Lamoree vragen zich dan ook af of het niet tijd wordt voor een Monet-tentoonstelling in Nederland. Voorlopig geven deze twee afleveringen in ieder geval een goed overzicht van Monet's werk in Nederland.

22-01-2012 - Grootoudergezelschap bezoekt 'XXSmall' met de kleinkinderen

Op zondag 22 januari ontving het Gemeentemuseum Den Haag het Grootoudergezelschap van de Vereniging Rembrandt met hun kleinkinderen. Tot eind maart is in het museum de tentoonstelling ‘XXSmall: Poppenhuizen en meer in miniatuur' te zien.

Wat is er leuker dan samen met de kleinkinderen naar die indrukwekkende pronkpoppenhuizen uit de 17de en de 18e eeuw te kijken? Behalve deze antieke poppenhuizen met hun priegelige meubeltjes, schilderijtjes en minuscuul huisraad zijn er ook eigentijdse miniatuurhuizen te zien, geheel ingericht met modern design. Trots zwaaiend met hun eigen Rembrandtpasjes stonden de ruim 40 kleinkinderen samen met hun grootouders in de rij om het museum binnen te gaan.

Het gezelschap werd ontvangen door Jet Pijzel-Dommisse, conservator kunstnijverheid van het museum en maker van de tentoonstelling. Samen met twee rondleiders leidde zij de groep door de tentoonstelling en vertelde over de geschiedenis van poppenhuizen en de eeuwenoude fascinatie voor voorwerpen in miniatuur. Waarom is een object eigenlijk in het klein (na)gemaakt en vooral: hoe leefde men in vroeger tijden? Eén van de collectiestukken dat de bewondering van de kinderen wist te wekken is een tot in perfectie nagemaakt serviesje van goud dat in een kersenpit past. Kleiner kan bijna niet!

Als voorbereiding op de tentoonstelling lazen de grootouders samen met hun kleinkinderen het spannende prentenboek ‘Nacht in het poppenhuis' van veelbekroond illustrator Thé Tjong-Khing. In het verhaal gaat het meisje Willemien logeren bij haar tante Sara die een prachtig poppenhuis heeft. Als ze 's nachts stiekem bij het poppenhuis gaat kijken komt ze in het poppenhuis terecht en komen de poppen tot leven. Voor de illustraties van het prentenboek stond het achttiende-eeuwse poppenhuis van Sara Rothé van Amstel uit de collectie van het museum als model. Dat de kleinkinderen goed waren voorbereid bleek toen één van de kinderen voor het originele poppenhuis van Sara Rothé van Amstel stond en riep: ‘Hé die is knap nagemaakt, precies zoals het poppenhuis in het prentenboek!'. Zowel de grootouders als de kleinkinderen kwamen tevreden uit de tentoonstelling en naderhand was er nog tijd voor limonade en muffins.

Het Grootoudergezelschap van de Vereniging Rembrandt heeft als doel om de liefde voor kunst aan de allerjongste generatie mee te geven. Heeft u ook kleinkinderen en wilt u meer weten over dit gezelschap? Neem dan contact op met haverkate@verenigingrembrandt.nl.

11-01-2012 - Lof uit Londen voor ‘De Collectie Verrijkt’.

 

De Utrechtse hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht scoort internationaal met de tentoonstelling ‘De Collectie Verrijkt’. Hecht bekleedt bij de Universiteit Utrecht het "Vereniging Rembrandt-Fellowship", dat zich speciaal erop richt om de kennis omtrent het openbaar kunstbezit te bevorderen. Als onderdeel van het fellowship gaf Hecht een nieuwe invulling aan de presentatie van de vaste collectie van Museum Boijmans van Beuningen, die afgelopen voorjaar heropende onder de titel ‘De Collectie Verrijkt’. Hecht verrijkte de vaste collectie van Boijmans met ruim twintig werken uit andere musea. Deze twintig gasten en een kleine 350 schilderijen en beelden uit de vaste collectie van het museum bieden een verfrissende blik op de Westerste kunst van tussen 1500 en 1940. ‘De Collectie Verrijkt’ trekt nu ook internationaal de aandacht. In het februarinummer van het gezaghebbende Britse vakblad The Burlington Magazine schreef Nicholas Penny, directeur van de National Gallery in Londen, een zeer positieve recensie.

Meer weten? Lees ook dit interview met Peter Hecht in het Financieel Dagblad.

27-12-2011 - De verjongde kunst van het geven



Afgelopen oktober werd de 'Caius Cirkel' van de Vereniging Rembrandt opgericht. Deze nieuwe cirkel bestaat uit 49 jeugdige leden die ieder gedurende vijf jaar 500 euro in het aankoopfonds van hun cirkel storten. Samen besluiten zij welke aankoop steun krijgt uit hun gezamelijke fonds. Website www.caritasenco.nl interviewde oprichtster Claudine de With van de Caius Cirkel over haar ideeen achter deze nieuwe cirkel. Lees hier het hele artikel:

http://www.caritasenco.nl/2011/12/16/de-verjongde-kunst-van-het-geven/ 

14-12-2011 - Een unieke kans; bezoek het restauratieatelier van het Dordrechts Museum

Afgelopen voorjaar wist het Dordrechts Museum een zeldzaam plafondstuk van de Dordtenaar Abraham Busschop (1670 – 1729) aan te kopen. Het werk werd aangekocht  met steun van het Willem en Mary Reus-de Lange Fonds van de Vereniging Rembrandt. De nieuwe aanwinst laat een keur aan prachtige vogels zien en wordt op dit moment als een op zichzelf staand schilderij, aan de wand, gepresenteerd. Het is echter de bedoeling dat het werk uiteindelijk wordt opgenomen in de Schoumanzaal van het museum. Bezoekers moeten het werk dan weer kunnen beleven zoals het ooit bedoeld was: als plafondstuk. Voordat het zover is moet het werk eerst worden gerestaureerd. In het verleden zijn de randen van het schilderij namelijk omgeslagen waardoor het werk nu niet meer haar originele formaat heeft. Tijdens de restauratie worden deze randen weer teruggevouwen, wordt het verfoppervlak gereinigd en worden beschadigingen gerestaureerd. Speciaal voor leden van de Vereniging Rembrandt zal het restauratieatelier van het Dordrechts Museum worden opengesteld. Tijdens een exclusief kijkje achter de schermen op 8 en 22 februari 2012 zal uitleg worden gegeven over de restauratie van het doek. U kunt zich hiervoor aanmelden door een e-mail te sturen naar: pj.schoon@dordrecht.nl. Het Dordrechts Museum hoopt deze twee dagen veel leden van de Vereniging Rembrandt in het Dordrechts Museum te mogen ontvangen!

NB In het najaarsbulletin stond een verkeerd e-mailadres bij dit bericht genoteerd. Het bovenstaande adres is juist.

29-11-2011 - Vereniging Rembrandt pleit voor een onafhankelijke commissie die over de verkoop van collectiestukken oordeelt



Op dinsdag 29 november organiseerde de Vereniging Rembrandt de 'Rembrandtlezing 2011'. Tijdens deze jaarlijks terugkerende lezing snijdt de vereniging actuele onderwerpen aan op het gebied van het openbaar kunstbezit. Dit jaar stond onder de titel ‘Ik hou van je, ik hou niet van je ... verzamelen voor de eeuwigheid?', de Leidraad Afstoting Museale Objecten (Lamo) centraal. Tijdens de lezing kwam de Vereniging Rembrandt met het voorstel om, als aanvulling op de Lamo, een commissie in het leven te roepen die beoordeelt of een werk in Nederland moet blijven indien het kan worden afgestoten.

Het tafelzilver kan maar één keer verkocht worden...
De directe aanleiding voor de Vereniging Rembrandt om de Lamo ter discussie te stellen was de recente verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda. Geheel tegen de voorschriften van de Lamo in, verkocht het museum het schilderij zonder het eerst aan andere Nederlandse musea aan te bieden en gebruikte de opbrengst om onder meer een gat in haar begroting te dichten. Het schilderij kwam vervolgens bij een koper in het buitenland terecht. Na veel kritiek uit het museale veld betuigde Museum Gouda uiteindelijk spijt van haar handelswijze. De Nederlandse Museum Verenging (NMV), die de Lamo mede heeft samengesteld, berispte het museum vanwege de verkoop, maar besloot tijdens haar ledenvergadering om het museum niet te royeren als lid van de NMV. Eerder had ruim twee derde van de leden van de NMV aangeven wél tot ‘excommunicatie' over te willen gaan, maar hier werd van afgezien onder de voorwaarde dat de Lamo aangescherpt zal worden.

Ook de Vereniging Rembrandt pleit voor een aanscherping van de Lamo. Het kan niet zo zijn dat musea de verkoop van collectiestukken als een middel gaan gebruiken om financiële tekorten weg te werken en de Lamo slechts als een richtlijn gaan beschouwen. De zorg is dat dit ook helemaal niets oplost aangezien, zoals voorzitter van de Vereniging Rembrandt Martijn Sanders het tijdens de Rembrandtlezing verwoordde: ‘je het tafelzilver maar één keer kunt verkopen, het dak er één keer mee kan repareren, maar het dak op een dag opnieuw gaat lekken'.

Voorkom dat slagers hun eigen gaan vlees keuren...
Om er voor te zorgen dat in de toekomst geen topstukken, zoals de The Schoolboys, verloren gaan voor de Collectie Nederland kwam Martijn Sanders namens de Vereniging Rembrandt met het voorstel om als aanvulling op de Lamo een onafhankelijke commissie in het leven te roepen die beoordeelt of een kunstwerk in Nederland moet blijven of niet. De Vereniging Rembrandt is van mening dat Nederlandse musea verplicht zouden moeten worden om een voorgenomen verkoop te melden bij een dergelijke commissie. Deze commissie toetst dus niet alleen het belang van het collectiestuk ten opzichte van de collectie van het museum dat het wil afstoten, maar beoordeelt ook of het werk van belang is voor de Collectie Nederland. Deze aanvulling vormt hoe dan ook een goede aanscherping aangezien de Lamo enkel is opgesteld vanuit het perspectief van individuele collecties.

Vereniging Rembrandt kijkt verder dan het lokale belang...
De Vereniging Rembrandt zou, als belangenbehartiger van het Nederlands openbaar kunstbezit, graag samen met andere partijen, zoals de NMV, een rol willen spelen in het opzetten van een dergelijke commissie. De normen die deze commissie zou moeten hanteren sluiten goed aan bij de criteria die de Vereniging Rembrandt hanteert bij steunverlening.

Dat zowel het aankopen als afstoten van kunstwerken vaak maatwerk is, bleek uit de voordrachten van de vier museumdirecteuren die waren uitgenodigd om tijdens de Rembrandtlezing te spreken. Charles de Mooij van het Noordbrabants Museum, Emilie Gordenker van het Mauritshuis, Ruud Priem van het Catharijneconvent en Ralph Keuning van Museum de Fundatie gaven ieder voorbeelden van werken die niet meer in de collectie van hun museum pasten en hoe zij daar mee om zijn gegaan. Ze gaven voorbeelden van werken die als bruikleen succesvol elders in de Collectie Nederland werden herplaatst, van directie ruilhandel tussen musea en van werken die het juist heel goed deden als ‘vreemde eend in de bijt'.

Alle sprekers waren het er over eens dat de Lamo te allen tijde strikt nageleefd dient te worden en dat deze aangescherpt moet worden. De Vereniging Rembrandt gaat er van uit dat de Nederlandse musea zich inderdaad blijven houden aan de Lamo en wil de komende tijd samen met andere partijen eraan werken om deze aan te scherpen. Alleen dan kan te allen tijde een sterke Collectie Nederland worden gewaarborgd.

Meer weten over de Lamo? Kijk op de site van de Nederlandse Museum Vereniging:
 http://www.museumvereniging.nl/Voorleden/Ethischecode/LAMO.aspx

29-11-2011 - Peter Hecht pleit voor onafhankelijk adviescollege bij afstoten collectiestukken

Afgelopen maandag 28 november nam de Nederlandse Museumvereniging (NMV) een beslissing over de vraag of Museum GoudA uit de NMV moet worden gezet. GoudA verkocht dit jaar The Schoolboys, een topstuk van Marlene Dumas, en nam het daarbij niet zo nauw met de Leidraad Afstoting Museale Objecten (Lamo). De beslissing van de NMV is hier terug te lezen:

http://www.museumvereniging.nl/Nieuwsoverzicht/Nieuwsdetailpagina/tabid/351/NewsListId/9/NewsItemId/413/Default.aspx

In aanloop naar deze beslissing interviewde het Financieel Dagblad hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht. Peter Hecht is behalve hoogleraar ook fellow en bestuurslid van de Vereniging Rembrandt. Volgens Peter Hecht ontbreekt het aan nationaal toezicht bij het afstoten van collectieonderdelen. Op dindsdagavond 29 november vindt de Rembrandtlezing 2011 plaats. Dit jaar staat de Lamo centraal. Tijdens deze lezing is Hecht één van de sprekers.

Lees hier het hele artikel

26-11-2011 - Letterkundig Museum winnaar Hollandse Nieuwe 2011

Sinds oktober streden vijf musea in het AVRO Kunstuur programma ‘Hollandse Nieuwe’ om de titel ‘Hollandse Nieuwe 2011’. Welk museum presenteerde hun nieuwe aanwinst het beste aan het publiek? Sinds zaterdag 26 november is bekend dat het Letterkundig Museum in Den Haag door het Nederlandse publiek is verkozen tot ‘Hollandse Nieuwe 2011’. Directeur Aad Meinderts nam uit handen van Andrea van Pol de prijs in ontvangst: “Prachtig! We hebben er veel moeite voor gedaan en dan is het mooi als je uiteindelijk ook wint!“

Andrea van Pol en Pjotr de Jong bezochten vijf verschillende musea en beoordeelden de presentatie rondom hun nieuwe aanwinst. Maar uiteindelijk bepaalde de kijker én de museumbezoeker de winnaar! En dat dat veel enthousiasme opleverde was duidelijk; zo’n 10.000 mensen lieten uiteindelijk hun voorkeur blijken door online te stemmen voor hun favoriete presentatie!

De deelnemende musea waren: Museum Volkenkunde (Prauwfiguur van de Salomonseilanden), het Letterkundig Museum (manuscript ‘Ik Jan Cremer’), het Nederlands Zilvermuseum (zilvercollectie Van Kempen en Begeer), Museum Catharijneconvent (schilderij ‘De vier Kerkvaders’ van Abraham Bloemaert) en het SM’s (sieradencollectie van Emmy van Leersum).

Het programma Hollandse Nieuwe wordt mede mogelijk gemaakt door De Vereniging Rembrandt, VSBfonds en Mondriaan Stichting. De fondsen steunen het programma omdat het musea uitdaagt hun aanwinst zo duidelijk mogelijk en in de context van hun collectie aan het publiek te presenteren. Iets wat zeker in deze tijd van groot belang is. Want alleen met een goede presentatie kan het bijzondere van een nieuwe aanwinst gedeeld worden met het publiek. En daar is de aankoop tenslotte voor bedoeld!

Website: kunstuur.avro.nl

Facebook: facebook.com/AVRO.KunstUur

Twitter: twitter.com/avro_kunst

Bekijk de afleveringen van Hollandse Nieuwe terug!

24-11-2011 - Lezersreacties Bulletin

In het laatste bulletin van de Vereniging Rembrandt staat een interview met Willem Bijleveld, diecteur van het Scheepvaartmuseum. Naar aanleiding van dit interview kregen wij een tweetal reacties die wij graag met onze leden delen. Wilt u ook uw mening over dit artikel geven, of over een ander artikel uit het bulletin, stuur dan een e-mail naar: bureau@verenigingrembrandt.nl. Het artikel is hier na te lezen.

Geachte Vereniging Rembrandt,

Mooie aandacht voor het museum in het laatste Bulletin met prachtige foto’s. Die geven gelukkig geen eenzijdig beeld van “een pretpark met inhoud”, maar van (een deel van) de weergaloos mooie maritieme collectie van een museum dat de vertaalslag naar de 21ste eeuw heeft kunnen en durven maken. Dat het een plezier is er te toeven, voor vele soorten bezoekers, staat buiten kijf. Het monument is een juweel in zijn authentieke vorm.

Ik ben zelf erg onder de indruk van het inhoudelijk verantwoordelijke team, dat niet alleen prachtige nieuwe concepten heeft weten te bedenken, maar ook alles heeft weten te realiseren en waar te maken onder de bezielende leiding van het Hoofd Collecties Henk Dessens. Gelukkig met veel support van fondsen en sponsoren, deskundige en betrokken verenigingsleden en toezichthouders. In die zin staat het museum ineens sterker en anders, meer sophisticated, op de kaart. De media getuigen daarvan.De eventorganisatie is in deze omvang en aanpak nieuw en werkelijk een mooi avontuur. In die context is de publicatie op een mooi moment gekomen en een genoegen om te lezen. Hopelijk ook voor velen met mij.Ik wens ons allen nog veel vreugde en inspiratie met dit deel van ons openbaar kunstbezit.En leuk als de VR op bezoek komt met veel van haar (zeer toegewijde en deskundige) leden.

Hartelijks,

Julienne Straatman, Lid Vereniging Rembrandt en vice- voorzitter Raad van Toezicht Scheepvaartmuseum


Geachte vereniging,

In het laatste bulletin staat een uitgebreid interview met de directeur van het onlangs weer opengestelde scheepvaartmuseum in Amsterdam. In het stuk wordt uiteraard een positief beeld geschetst van het nieuwe museum. Mijn ervaring is anders.

Ik was erg benieuwd hoe het nieuwe Scheepvaartmmuseum was geworden. Het museum was voor de verbouwing een favoriet museum van mij. Laat duidelijk zijn: het is mijns inziens prima als een museum veel aandacht besteed aan kinderen. Maar het is wel van belang dat een museum zijn taken en verantwoordelijkheden niet uit het oog verliest. Een historisch museum heeft ook een educatieve taak en niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen en zeker ook voor de wat meer dan  geïnteresseerde kenner. Maar die laatste bezoeker heeft weinig in het museum te zoeken, daarvoor zijn de teksten te summier en is het gebodene te willekeurig (een uitzondering vormt de tentoonstelling over globes).

Ik wilde bij mijn bezoek ook aan mijn kinderen graag een aantal van de belangrijkste stukken uit de collectie laten zien, zoals de koningssloep, het oudste scheepsmodel uit de collectie, het geweldige instructiemodel speciaal voor de zeilen en tuigage, of de periscoop waardoor je over het dak van het gebouw kon kijken. Helaas;  geen van deze geweldige objecten passen kennelijk meer in het nieuwe museum! Natuurlijk moet je als museum keuzes maken en kan je niet alles opstellen maar dit is volledig uit de bocht geschoten.

Eén van de reden om de grootse verbouwing was om een betere routing te realiseren, zelfs dat is niet verbeterd, integendeel! De bezoeker kan niet meer een hele rondgang op een verdieping maken;  de bezoeker moet steeds terug naar de volledig lege binnenplaats om  weer via allerlei te smalle trappen op dezelfde verdieping een andere deeltentoonstelling te bezoeken. Dat leidt niet alleen tot onnodig veel heen en weer geloop, veel loze ruimtes  en extra controles;  het leidt ook tot enorme versnippering van het geen wordt tentoongesteld. Voor een argeloze bezoeker is er geen touw aan vast te knopen. Laat staan dat er op enige manier sprake is chronologie. Dat is vast ouderwets. Zelfs op de deeltenttoonstelling van schilderijen is niet goed de ontwikkeling van schepen en scheepsbouw te volgen!

Het museum herbergde één van de beste,  zo niet de best gesorteerde boekhandel over scheepvaart. Ik heb er nog naar lopen zoeken. Op de derde verdieping is wel een wereld gecreëerd met vissen, schelpen en planten. Prachtig voor een kinderdagverblijf, maar voor het museum, dat de belangrijkste collectie op het gebied van de scheepvaart in Nederland beheert, volstrekt onwaardig. Aan het begin van mijn bezoek was ik alleen teleurgesteld maar ik werd gedurende mijn bezoek steeds bozer. Er is mij en ik denk ook Amsterdam een geweldig museum ontnomen!

A.J. van der Leeuw, Purmerend

15-11-2011 - Zilveren topstukken terug op kasteel Cannenburch

Op woensdag 9 november zijn op kasteel Cannenburch in Gelderland de zilveren sauskommen en onderschotels, die in 1783 werden vervaardigd voor bewoners van het kasteel, gepresenteerd en plechtig teruggeplaatst in de eetzaal.

Mede dankzij het BankGiroLoterij Aankoopfonds van de Vereniging Rembrandt zijn deze zilveren topstukken als onderdelen van het oorspronkelijke en rijke inventaris van het kasteel verworven.

De De sauskommen en onderschotels zijn gemaakt door de Amsterdamse zilversmeden respectievelijk Cornelis Hendrik Bömcke (1758-1818) en Frederik Manicus I (1738-1785). De alliantiewapens van Van Isendoorn-Van Renesse verwijzen naar erfgenamen van de meest bekende bewoner van het kasteel, Marten van Rossem. Na het overlijden van de laatste weduwe Van Isendoorn à Blois in 1881 verdwenen de sauskommen van het kasteel en kwamen in handen van erfgenamen van het echtpaar Van Isendoorn à Blois-van Oldeneel tot Oldenzeel. Door de aankoop zijn deze bijzondere topstukken na meer dan 130 jaar teruggekeerd op kasteel Cannenburch.

Meer weten over over kasteel Cannenburch? Kijk op www.mooigelderland.nl

14-10-2011 - Een Avercamp voor Kampen; een gedroomde aanwinst verwezenlijkt

Hendrick Avercamp, 'IJsvermaak'

Mede dankzij de Vereniging Rembrandt is er voor het eerst in bijna 400 jaar weer een schilderij van Hendrick Avercamp (Amsterdam, 1585 - Kampen, 1634) in Kampen te bezichtigen. Daarbij kwam echter geen financiële steun te pas. Voor de Rembrandtlezing van 2010 nodigde de vereniging vijf museumdirecteuren uit om een pleidooi te houden over een kunstwerk dat zij graag aan de collectie van hun museum zouden willen toevoegen. Daarbij was het belangrijk dat zij beargumenteerden waarom het betreffende werk een zinvolle aanvulling zou zijn voor de collectie van het betreffende museum en voor het Nederlands openbaar kunstbezit als geheel. Kanttekeningen zoals een beperkte beschikbaarheid en een gebrek aan geld werden daarbij overboord gezet; het ging immers om een gedroomde aanwinst. In het geval van Stan Petrusa, directeur van het Stedelijk Museum in Kampen, is die droom nu werkelijkheid geworden. Hij beargumenteerde op overtuigende wijze waarom een schilderij van Avercamp een begerenswaardige toevoeging zou zijn voor de collectie van zijn museum. Het belangrijkste argument dat Petrusa daarbij aanvoerde is dat Avercamp de beroemdste kunstenaar is die ooit in Kampen heeft gewerkt en gewoond, en er geen schilderij van zijn hand in Kampen aanwezig was. Nog tijdens de lezing bleek deze droomaanwinst werkelijkheid te kunnen worden. Taco Dibbits, directeur Collecties van het Rijksmuseum, bood aan om één van de drie schilderijen van Avercamp die het Rijksmuseum in haar bezit heeft, in langdurig bruikleen te geven aan het Stedelijk Museum in Kampen. Dibbits liet weten dat één van deze schilderijen op zaal hing in het Rijksmuseum (aangekocht in 1898 met steun van de Vereniging Rembrandt), dat een tweede in bruikleen was bij het Mauritshuis in Den Haag en dat er een derde in het depot hing, en dus naar Kampen kon. Nu, slechts een jaar na de Rembrandtlezing, hangt dit schilderij met de titel ‘IJsvermaak’ (circa 1615) in de vaste opstelling van het Stedelijk Museum in Kampen en is het te bezichtigen in de context van de stad waar Avercamp woonde, werkte en waar hij vaak ook zijn inspiratie vandaan haalde. Dit initiatief van het Rijksmuseum laat zien hoe waardevol het is om over de grenzen van de eigen collectie heen te kijken en dat het openbaar kunstbezit ook zonder een aankoop versterkt kan worden.