Organisatie > Geschiedenis

De Vereniging Rembrandt is in 1883 opgericht door enkele Amsterdamse particulieren. Het doel was – en is nog steeds –de Nederlandse musea financieel te ondersteunen bij het aankopen van belangrijke kunstwerken. In de 19de eeuw vond een ware uittocht plaats van Nederlandse topkunst. In 1883 kwam de vermaarde tekeningencollectie ‘de Vos’ op de veiling. De musea hadden geen aankoopbudget, maar dankzij de oprichting van de Vereniging Rembrandt kon een groot aantal belangrijke tekeningen voor Nederland behouden worden.

De naam van de vereniging zorgde vanaf de oprichting voor het misverstand dat de vereniging zich zou beperken tot werken van Rembrandt of de meesters van de 17de eeuw. Niets is minder waar. Al in 1885 werd het Provinciaal Museum van Oudheden in Drenthe gesteund bij de aankoop van acht middeleeuwse doopvonten en in 1887 hielp de Vereniging Rembrandt het Rijksmuseum bij de aanschaf van een zilveren drinkschaal van Adam van Vianen.

In de eerste jaren werd steun gegeven in de vorm van leningen – de vereniging kon snel beslissen – die door het rijk of de musea geheel of gedeeltelijk werden terugbetaald. In de loop van de tijd zijn de doelstellingen verruimd: Naast leningen werden ook schenkingen verleend en het ging niet alleen meer om behoud van stukken uit Nederlands bezit, maar ook om kunstwerken die zich in het buitenland bevinden. In 2002 werd een educatieve doelstelling toegevoegd. De vereniging groeide van 250 leden in 1883 tot ruim 9000 leden in 2008. De steun wordt gegeven uit de opbrengsten van (1)contributies, giften, nalatenschappen, (2) de opbrengst van het vermogen en - sinds 1960 – uit de jaarlijkse bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds.