Skip over navigation | Sla menu over

Waarom gesteund?

13 mei 2017: Museum De Lakenhal presenteert Contra-compositie VII, een schilderij van Theo van Doesburg

 

Waarom gesteund door de Vereniging Rembrandt: De aankoop van het werk Contra-compositie VII (1924) van Theo van Doesburg (1883-1931) door Museum De Lakenhal is er één van nationaal belang. Dit schilderij uit Van Doesburgs belangrijkste periode zal in de collectie van Museum De Lakenhal als kernstuk functioneren. Het Leidse museum bezat al een vijftigtal werken die de theoretische principes en idealen van De Stijl weerspiegelen, maar miste een beeldbepalend hoogtepunt. Contra-compositie VII bezit de kwaliteiten om die rol te kunnen vervullen.
Museum De Lakenhal heeft zich de afgelopen jaren ingezet om De Stijl context in de verzameling te geven. Bij de heropening van Museum De Lakenhal in het voorjaar van 2019 krijgt De Stijl voor het eerst een vaste plek in de collectiepresentatie. Daarin is een belangrijke plaats weggelegd voor Van Doesburg, die deze internationale beweging in 1917 in Leiden lanceerde. In de aan Van Doesburg gewijde zaal wordt Contra-compositie VII een sleutelstuk.

Contra-compositie VII is aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt, mede dankzij haar Nationaal Fonds Kunstbezit en haar BankGiro Loterij Aankoopfonds.

Samenstelling: Judit Krijgh-Bozsan, Junior Conservator Moderne Kunst, Museum De Lakenhal

 

Theo van Doesburg (1883-1931)

ca. 1922

Portret van Pétro (Nelly van Doesburg)

Olieverf op paneel, 64.3 x 48 cm

Museum De Lakenhal, Leiden.

Het verhaal van De Stijl en Leiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De collectie van Museum De Lakenhal biedt onderdak aan een aantal kunstwerken die veel van de theoretische principes en idealen van de beginjaren van De Stijl weerspiegelen. Zo ook het Portret van Pétro (Nelly van Doesburg) dat Theo van Doesburg rond 1922 vervaardigde.

Portret van Pétro (Nelly van Doesburg)

Theo van Doesburg (1883-1931)

1924

Contra-compositie VII

Olieverf op doek, 45.3 x 45 cm

Museum De Lakenhal, Leiden. Aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 2017.

Het toevoegen van Contra-compositie VII aan de museumcollectie maakt het mogelijk om het volledige verhaal te vertellen over de oprichting en de ontwikkeling van De Stijl, door de tussen 1916 en 1921 in Leiden woonachtige Theo van Doesburg, de katalysator achter de groep.

Contra-compositie VII

Theo van Doesburg (1883-1931)

1917-1919

Compositie VIII (met doorbeelding van de Blauwpoortsbrug)

Gouache op papier (beide voorstudies) 36.5 x 85.5 (L) cm en 40 x 82 cm (R).

Glas-in-lood, glas, hout, lood en verf, 34.5 x 81.5 x 1 cm

Museum De Lakenhal, Leiden.

Met het oprichten van De Stijl in 1917 stelde Theo van Doesburg als doelstelling om een universele beeldtaal te creëren, geschikt voor een moderne maatschappij en tijdbewustzijn. Hij streefde naar de totale synthese van kunst en leven. Zijn visie hierover verfijnde hij in de loop der jaren in verschillende opzichten. Wat begon als een streven naar harmonie tussen de horizontaal en de verticaal in het reduceren van de zichtbare wereld tot geometrische elementen, werd in de jaren twintig vervangen door de introductie van het dynamische element van de diagonaal.

Compositie VIII (met doorbeelding van de Blauwpoortsbrug)

Piet Mondriaan (1872-1944)

1921

Compositie met groot rood vlak, geel, zwart, grijs en blauw

Olieverf op doek, 59.5 x 59.5 cm

Gemeentemuseum Den Haag

De visie van de losjes verbonden kunstenaarsgroep rondom het tijdschrift De Stijl was niet altijd homogeen. Van Doesburgs dynamische wereldvisie stond loodrecht tegenover Mondriaans statische, klassieke begrip van evenwicht. Vanaf 1924 begint van Doesburg te twijfelen aan Mondriaans concept van het ‘Neoplasticisme’ en ontwikkelt hij zijn eigen aanpak: het ‘Elementarisme’.

Compositie met groot rood vlak, geel, zwart, grijs en blauw

Theo van Doesburg (1883-1931)

1925

Contra-compositie van dissonanten XVI

Olieverf op doek, 100 x 180 cm

Gemeentemuseum Den Haag (schenking Nelly van Doesburg, 1934)

Van Doesburg creëert een aantal ‘contra-composities’ met de doelstelling om een ‘nieuwe dimensie [te] geven aan onze verbeelding’’. In deze composities zijn de decentraal geordende kleurvlakken, of het schilderij zelf, 45 graden gedraaid. Soms gebruikte van Doesburg meerdere nuances van de primaire kleuren, waardoor er een dissonantie ontstaat die de anti-statische kwaliteit van de compositie verhoogt.

Contra-compositie van dissonanten XVI

Theo van Doesburg en Cornelis van Eesteren

1923

Axonometrische tekening van het Maison Particulière

Potlood en aquarel op transparant papier, 49.5 x 50 cm

Het Nieuwe Instituut, Rotterdam

De inspiratiebron voor deze composities is grotendeels terug te vinden in de architectonische projecten waaraan hij werkte met Cornelis van Eesteren . Door het afplatten van de diagonaal gedraaide axonometrische projecties, kon hij een nieuwe ruimtelijke dimensie op het tweedimensionale doek weergeven. Hij meende een hogere essentie te vinden in de uitdrukkingsmogelijkheden van architectuur: de eenheid van tijd een ruimte.

Axonometrische tekening van het Maison Particulière

Theo van Doesburg (1883-1931)

1924

Contra-compositie V

Olieverf op doek, 100 x 100 cm

Stedelijk Museum, Amsterdam

Theo van Doesburg was een veelzijdige kunstenaar die multidisciplinair werkte, waardoor het aantal schilderijen dat hij maakte beperkt is. Vóór deze aankoop was de abstracte schilderkunst van Van Doesburg uit de jaren twintig slechts met vijf schilderijen vertegenwoordigd in het Nederlandse openbare kunstbezit. Een groot deel van zijn abstracte werken uit deze periode zijn in grote musea in de Verenigde Staten te vinden. Deze waren aangekocht als gevolg van een reizende overzichtstentoonstelling van zijn oeuvre, georganiseerd door Nelly van Doesburg met hulp van Peggy Guggenheim in 1947-1948.

Contra-compositie V

Theo van Doesburg (1883-1931)

1924

Studie voor Contra-compositie VII

Potlood en gouache op papier, 7 x 7 cm (op achtergrond van karton 11.5 x 12 cm)

Kröller-Müller Museum, Otterlo

Van de 22 studies voor contra-composities die zijn gebundeld in de publicatie Liber Veritatis, zijn maar dertien uitgewerkte schilderijen bekend. Contra-compositie VII is gebaseerd op de zevende studie in de reeks.

Studie voor Contra-compositie VII

1947

Contra-compositie VII in tentoonstelling Peggy Guggenheim, New York

Foto

RKD Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

Contra-compositie VII werd aangekocht door een verzamelaar in Chicago en is over de afgelopen 70 jaar in privébezit geweest in Amerika. Door het toevoegen van dit  iconische kunstwerk aan de collectie van Museum De Lakenhal wordt de Collectie Nederland verrijkt en kan het publiek dit bijzondere werk voortaan permanent bewonderen. Na de restauratie en uitbreiding van Museum De Lakenhal, wordt in de nieuwe permanente opstelling  een hele zaal gewijd aan Theo van Doesburg en De Stijl, waarbij dit werk als hoogtepunt wordt gepresenteerd.

Contra-compositie VII in tentoonstelling Peggy Guggenheim, New York

1922

Groepsfoto in Weimar met o.a. Kurt Schwitters, Jean (Hans) Arp, Max Burchartz, Hans Richter, Nelly van Doesburg, Cornelis van Eesteren, Theo van Doesburg, Peter Röhl en Werner Graeff

Foto

RKD Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

De ‘contra-composities’ kunnen gezien worden als excellente voorbeelden van Van Doesburgs dynamische wereldvisie en veelzijdige persoonlijkheid. Het waren deze aspecten die het mogelijk maakten om de strenge, regel-gebonden geometrische wereld van De Stijl en zijn minder bekende interesse in en experimenten met de chaotische dada ideologie, te simultaan te combineren. Deze veelzijdigheid komt in de nieuwe permanente opstelling van Museum De Lakenhal ook aan het licht.

Groepsfoto in Weimar met o.a. Kurt Schwitters, Jean (Hans) Arp, Max Burchartz, Hans Richter, Nelly van Doesburg, Cornelis van Eesteren, Theo van Doesburg, Peter Röhl en Werner Graeff
← Ga terug