Skip over navigation | Sla menu over

Waarom gesteund?

9 november 2017: Groninger Museum presenteert de 'Werkmankast'

Hij was de blikvanger op de grote overzichtstentoonstelling in 2015 en is nu permanent in het Groninger Museum te zien: de zogeheten Werkmankast. De Groningse drukker en kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman, beschilderde deze kast in 1943 voor zijn vriend dominee August Henkels.

Het Groninger Museum heeft een sterke collectie schilderijen van De Ploeg-kunstenaars onder wie Jan Wiegers en Jan Altink. Met zijn goed gedocumenteerde ontstaansgeschiedenis is dit a-typische werk van Hendrik Nicolaas Werkman een waardevolle toevoeging op deze verzameling. Bovendien heeft het Groninger Museum met dee kast een uniek object aan de Collectie Nederland toegevoegd.

Werkman (1882-1945) beschilderde twaalf panelen met Bijbelse voorstellingen, die in de deuren van een speciaal daarvoor gemaakte kast werden gemonteerd. Hij deed dat in opdracht van Henkels. De dominee en de kunstenaar kenden elkaar van hun werk voor De Blauwe Schuit, een clandestiene uitgeverij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dankzij bewaard gebleven correspondentie is veel bekend over de ontstaansgeschiedenis van de kast.

H.N. Werkman (1882-1945)

1943

Kast met oudtestamentische voorstellingen

Olieverf op triplex, 26 x 40 cm (per paneel)

Groninger Museum, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 2017.

In 1943 ontstaat de zogenaamde Werkmankast, beschilderd met twaalf taferelen uit het Oude Testament. Werkman schilderde de panelen in opdracht voor zijn vriend Ds. August Henkels (Solingen1906-1975 Borculo). Geschilderd in een expressief naïeve stijl staan de voorstellingen symbool voor een onwankelbaar geloof maar ook voor de vriendschap en verbondenheid tussen beide mannen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Hoewel de oorlogsjaren zwaar waren vormden ze tegelijkertijd ook de bloeiperiode van Werkmans kunstenaarschap. Een belangrijke stimulans was hierbij De Blauwe Schuit, de clandestiene uitgeverij die eind 1940 werd opgericht door August Henkels, Ate Zuithoff en Adri Buning. Deze samenwerking leverde Werkman ook bijzondere vriendschappen op die resulteerden in opdrachten zoals de Werkmankast met Bijbelse taferelen.

Kast met oudtestamentische voorstellingen

H.N. Werkman (1882-1945)

1921-22

Zelfportret met hek

Olieverf op doek, 52.5 x 41 cm

Groninger Museum

In dit indringende zelfportret in bruine en roodbruine tinten, heeft Werkman zichzelf afgebeeld tegen de achtergrond van een hek, waardoor hij een gekooide figuur lijkt. Ploeglid Job Hansen, die het werk in de jaren twintig bij Werkman thuis zag, betitelde het zelfs als “Zelfportret voor de tralies”. Werkman schilderde het portret in een periode waarin hij te kampen kreeg met zowel huiselijke als financiële problemen. Maar ook zette hij in deze periode de beslissende stap naar het kunstenaarschap. In 1923 maakte Werkman zijn eerste druksels. Het zelfportret wordt doorgaans in verband gebracht met deze cruciale periode in zijn leven.

Zelfportret met hek

H.N. Werkman (1882-1945)

1925

Affiche “de Ploeg in Pictura”

Inkt op papier, 92.5 x 41 cm

Groninger Museum, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 1970.

‘Een product van de werkeloosheid’, zo noemde een kunstenaarscollega Werkmans kunstenaarschap. In 1922 moest Werkman zijn ooit zo bloeiende drukkerij inkrimpen en verplaatsen naar een pakhuis aan de Lage der A in Groningen. Omdat hij nauwelijks opdrachten had, was er tijd genoeg om te gaan experimenteren met drukkersmaterialen. In 1923 maakte hij zijn eerste zogenaamde druksels. Met allerlei zetmateriaal, de zij- en achterkanten van houten letters, cijfers en lijnen maakte hij composities op papier.
Werkman bleef niet alleen experimenteren met technieken. Ook in stijl legde hij zich nooit vast. Expressionisme en constructivisme, schilderkunst en drukkunst, figuratie en abstractie, Werkman wisselde het net zo gemakkelijk af. ‘Het resultaat is naar mijn aard en niet naar een princiep’, zo vatte hij zijn werk samen.

Affiche “de Ploeg in Pictura”

H.N. Werkman (1882-1945)

1942

Chassidische legenden I, eerste suite (BS-14) De gedwongen terugkeer (I-d)

Inkt op papier, 51.1 x 32.9 cm

In de oorlogsjaren vervaardigde Werkman zijn wellicht meest bekende werk, de prachtige kleurrijke druksels bij de Chassidische legenden, verhalen over de Poolse rabbi Ba’al Shem Tov, de oprichter van het chassidisme, een mystiek-religieuze Joodse stroming die in de 18de eeuw in Oost Europa ontstond. De legenden werden in de twintigste eeuw door Martin Buber verzameld en uitgebracht in Die Legende des Baalschem. Werkman raakte onder de indruk van de sprookjesachtige verhalen, die zich afspelen tegen de achtergrond van de lotgevallen van eenvoudige mensen. Direct nadat hij ze gelezen had, maakte hij achter elkaar twintig proefbladen. De Blauwe Schuit besloot om ze in twee suites uit te geven, elk in een speciale portefeuille, voorzien van een tekstboek in een oplage van twintig stuks.

Chassidische legenden I, eerste suite (BS-14) De gedwongen terugkeer (I-d)

H.N. Werkman (1882-1945)

1937

twee paarden

Olieverf op doek, 45 x 60.7 cm

Bruikleen Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed, uitgeleend aan het Groninger Museum.

Ooit was dit bijzondere schilderij van Hendrik Nicolaas Werkman in het bezit van Piet en Ida Sanders, belangrijke verzamelaars op het gebied van de moderne kunst. Piet Sanders kocht het werk van Werkman in 1943 als verjaardagscadeau voor zijn vrouw. Op dat moment was hijzelf geïnterneerd in Kamp Sint-Michielsgestel, als een van de jongsten onder de gijzelaars, die fungeerden als onderpand van de Duitse bezetter. Werkman stuurde Sanders een aquarel om hem te laten zien welk werk naar zijn vrouw zou gaan. De aquarel dateert zodoende uit 1943 terwijl Werkman het schilderij Twee paarden reeds in 1937 vervaardigde.

twee paarden
← Ga terug