Skip over navigation | Sla menu over

Waarom gesteund?

26 juli 2012: Gemeentemuseum Den Haag verwerft uitzonderlijk drieluik van Paul Thek

 

Waarom gesteund door de Vereniging Rembrandt: Paul Thek was schilder, beeldhouwer, installatiemaker en theaterontwerper. Zijn multidisciplinaire oeuvre stelt het tijdelijke en kwetsbare van de kunst en het leven centraal. Thek koos voor een plek in de marge van de beeldende kunst. Reden waarom hij voor lange tijd nauwelijks in museumcollecties was vertegenwoordigd. En dit ondanks het feit dat zijn monumentale installaties te zien waren in vooraanstaande musea en belangrijke kunstmanifestaties. Thek reisde sinds de vroege jaren zestig regelmatig vanuit de VS naar West-Europa, waaronder Nederland, waar hij met vrienden werkte aan grote installaties met een eigenzinnig, tegendraads karakter. Theks kunst is van belang voor de Collectie Nederland vanwege zijn extreme positie, die hij mede in ons land formuleerde. Hoewel het nu verworven drieluik slechts ten dele representatief is voor Theks veelzijdig oeuvre, toont het duidelijk de mentaliteit en houding van waaruit al zijn werk ontstond.

Paul Thek

New York, 1933 – New York, 1988

Drieluik zonder titel, 1971

Olieverf op doek, drie delen, 124 x 183 cm

Aangekocht in 2012 met steun van de Vereniging Rembrandt

Collectie Gemeentemuseum Den Haag

Het drieluik verbeeldt -in blauwe en witte verfstreken op een oranjeroze ondergrond- drie 'droomlandschappen'. Het linkerdoek toont een waterval en vier cirkelvormen: luchtbellen of planeten? Duidelijk is dat het niet om abstracte vormen gaat; ze zijn voor meerdere uitleg vatbaar. Op het middendoek is een waterlandschap te zien met als middelpunt een van de cirkels van het linkerdoek met een krans van rode kersen eromheen. In het rechterdoek omcirkelen de kersen een wijds landschap met vulkaan. In de voorgrond zit een visser die zijn hengel heeft uitgeworpen in het water. De lyrische, maar ook melancholieke stemming van het drieluik kan als aanzet worden gezien voor de nieuwe figuratie die rond 1980 internationaal opkwam.

Drieluik zonder titel, 1971

Paul Thek

New York, 1933 – New York, 1988

Foto's van zaalinstallatie van 'Paul Thek. The wonderful world that almost was' in Witte de With, 1995

Witte de With, Center for Contemporary Art, Rotterdam

Het nu aangekochte drieluik is monumentaal van opzet, maar heeft ook iets fragiels. Het wekt de indruk vluchtige herinneringen weer te geven en is verwant aan Theks 'newspaper paintings': verhalende voorstellingen, geschilderd op krantenpapier - wat het informele en vergankelijke van zijn werk benadrukt. Kunstcentrum Witte de With in Rotterdam presenteerde in 1995 deze newspaper paintings tijdens de grote overzichtstentoonstelling Paul Thek. The wonderful world that almost was, die sterk bijdroeg aan de internationale herwaardering van Thek.

Foto's van zaalinstallatie van 'Paul Thek. The wonderful world that almost was' in Witte de With, 1995

Paul Thek

New York, 1933 – New York, 1988

Foto's van zaalinstallatie in Stedelijk Museum met 'Dwarf Parade Table' en 'Chicken Coop', 1969

Stedelijk Museum Amsterdam

In het Stedelijk Museum Amsterdam maakte Thek in 1969 enkele installaties/'works in progress': Dwarf Parade Table, met als hoofdbestanddelen een gestapelde rij meubels met vooraan een grote gipsen tuinkabouter, en Chicken Coop, een kippenren met kippen in een zaal waar schilderijen van Van Gogh aan de muur hingen. Deze installatie met voorwerpen en levende have was bedoeld als kritiek op het instituut museum, dat volgens Thek het echte leven buitensloot. Het was ook een speelse manier om Theks streven naar sociale vrijheid, experiment en tolerantie te benadrukken - waarden die hij in het museumdomein én maatschappelijk productief wilde maken.

Foto's van zaalinstallatie in Stedelijk Museum met 'Dwarf Parade Table' en 'Chicken Coop', 1969

Paul Thek

New York, 1933 – New York, 1988

Installatiefoto van 'The Tomb' (1967) en 'Creche' (1970)

Maquette Mickery Theater, Collectie Theather Instituut Nederland

Thek maakte zijn installaties als doelbewuste distantiering van de minimal art. Vooral The Tomb uit 1967 geldt als voorbeeld daarvan: een afgietsel met mallen van het lichaam en gezicht van de kunstenaar, dat als levensecht model - morbide en sacraal - lag opgebaard in een kleine ruimte. Het verlangen naar stilte en rust die uit de installatie sprak, werd door critici opgevat als een hang naar zelfverlies en dood. Religie begon nu een rol te spelen in Theks werk. Met Pasen 1969 en Kerst 1970 maakte hij voor het Mickery Theater in Loenersloot installaties, waaronder Creche, waarin hij met het idee van een kerststal speelde. Onderdeel was een maquette van Mickery als gehavende stal/kribbe.

Installatiefoto van 'The Tomb' (1967) en 'Creche' (1970)

Paul Thek

New York, 1933 – New York, 1988

Zaalinstallatiefoto's met 'Jack's Progress' in Lijnbaancentrum, Rotterdam, 1978-1979

Archief Lijnbaancentrum, Rotterdam

Theks belangstelling voor objecten, installaties, performance en theater leidde in 1969 tot een opdracht van het Nederlands Dans Theater om decor en kostuums te ontwerpen voor Glen Tetleys ballet Arena. In 1968 en 1972 nam Thek deel aan de Documenta in Kassel. In Nederland maakte hij in het Rotterdamse Lijnbaancentrum in 1978-'79 de installatie Jack's Progress: What's Going on Here? Hoofdonderdeel was een 'vlot' dat in een (met zand vormgegeven) watermassa leek te drijven, waarop de Toren van Babel van Breughel uit Museum Boymans Van Beuningen (op groot formaat in zand nagebouwd) stond.

Zaalinstallatiefoto's met 'Jack's Progress' in Lijnbaancentrum, Rotterdam, 1978-1979

Paul Thek

New York, 1933 – New York, 1988

Zaalinstallatiefoto's met 'A Station of the Cross' in Museum Boijmans Van Beuningen, 1996, 1972

Museum Boijmans van Beuningen

Het existentiële, religieuze karakter van Theks werk komt ook naar voren in andere installaties waarin een vlot figureert: hun titels -Where Are We Going (Venetie 1980) en Noah's Raft (Sao Paulo 1985) - spreken wat dat betreft boekdelen. In 1996 presenteerde Museum Boijmans Van Beuningen Theks A Station of the Cross, een installatie uit 1972 waarin Thek met symbolen en objecten nadrukkelijk autobiografie en existentie, religie en kruiswegstatie in onderlinge samenhang bracht. De kleine ruimte werd door hem ook wel Cherrychapel genoemd.

Zaalinstallatiefoto's met 'A Station of the Cross' in Museum Boijmans Van Beuningen, 1996, 1972

Louise Bourgeois

Parijs, 1911 – New York, 2010

Cell XXVI, 2003

Collectie Gemeentemuseum Den Haag

Aangekocht in 2010 met steun van de Vereniging Rembrandt

Thek richtte zich in zijn latere jaren steeds meer op het schilderen. De bijzondere aard van zijn tegendraadse, dichterlijke werk laat zich goed verbinden met dat van kunstenaars als Louise Bourgeois en René Daniels, waarmee het Gemeentemuseum in Den Haag nu het drieluik presenteert. Bourgeois' installatie heeft veel gemeen met de verinnerlijkte beeldtaal van Thek, zoals Daniels' schilderijen en aquarellen - net als die van Thek - het dichterlijke in beelden vangen en het vluchtige en vloeiende van kunst en leven thematiseren.

Cell XXVI, 2003

René Daniels

Eindhoven, 1950 –

Salle Pacifique, 1984

Olieverf op doek

Collectie Gemeentemuseum Den Haag, in langdurig bruikleen van een particulier

Thek richtte zich in zijn latere jaren steeds meer op het schilderen. De bijzondere aard van zijn tegendraadse, dichterlijke werk laat zich goed verbinden met dat van kunstenaars als Louise Bourgeois en René Daniels, waarmee het Gemeentemuseum in Den Haag nu het drieluik presenteert. Bourgeois' installatie heeft veel gemeen met de verinnerlijkte beeldtaal van Thek, zoals Daniels' schilderijen en aquarellen - net als die van Thek - het dichterlijke in beelden vangen en het vluchtige en vloeiende van kunst en leven thematiseren.

Salle Pacifique, 1984
← Ga terug