Skip over navigation | Sla menu over
20 dec 2017

Edam op zijn mooist

Edam op zijn mooist

Het Edams Museum heeft op 8 december op een veiling in London twee stadsgezichten aangekocht van de 18de-eeuwse schilder Isaac Ouwater (1748-1793). Het was de eerste keer in zijn ruim 120-jarige bestaan dat het museum bij een aankoop door de Vereniging Rembrandt werd gesteund.

WELKOME AANVULLING
De twee nieuw verworven schilderijen zijn een welkome aanvulling op de collectie van het Edams Museum, dat vooral bekend staat om de levensgrote portretten van de zogenoemde ‘Mirakelen van Edam’: de Dikke Kastelein, Langbaard en de Grote Meid. Van deze drie was de Grote Meid, de bijnaam van Trijntje Keever (1616-1633), het grootste wonder. Met een lengte van 2,54 meter was zij mogelijk de langste vrouw die ooit heeft geleefd.

VERDWENEN STUKJES EDAM
Het Edams Museum heeft er alle vertrouwen in dat de twee nieuwe aanwinsten, nadat ze zijn schoongemaakt en hun originele, frisse kleuren weer tevoorschijn komen, net als deze drie portretten door de Edammers in het hart worden gesloten. De twee stadsgezichten laten verdwenen stukjes Edam zien, zoals de Halsbanttoren en de Purmerpoort. Ze zijn daarom uitermate aantrekkelijk voor de museumbezoeker die even wil wegdromen naar een lang vervlogen tijd.

MEER DAN VISUELE DOCUMENTEN
Maar met deze twee schilderijen heeft het museum ook goede kunst in huis gehaald. De maker, Isaac Ouwater, geldt als een van de twee belangrijkste Nederlandse schilders van stadsgezichten uit de 18de eeuw. De andere is Caspar van Wittel, van wie Museum Flehite in Amersfoort recentelijk een werk aankocht. Maar waar Van Wittel al op jonge leeftijd naar Italië vertrok, bleef Ouwater zijn hele leven in zijn geboortestad Amsterdam wonen.

Ouwater werkte in de traditie van zijn 17de-eeuwse stadgenoten Jan van der Heyden en Gerrit Berckheyde. Net als zij besteedde hij in zijn stadsgezichten veel aandacht aan het zorgvuldig weergeven van architectonische details, wat ook goed op de twee Edamse werken is te zien. Omdat Ouwater in deze twee schilderijen bovendien op fraaie wijze licht en stoffage heeft toegepast om meer levendigheid in de voorstellingen te brengen, zijn ze veel meer dan alleen visuele documenten van een 18de-eeuwse Hollandse stad.

STEUN UIT DE EDAMSE BEVOLKING
Het Edams Museum was er alles aan gelegen om de twee stadsgezichten te verwerven. Omdat de richtprijs van tussen de 30.000 en 50.000 Britse ponden het aankoopbudget van het museum ver overschreed, werden er verschillende potentiële geldschieters benaderd. Naast de steun van grote fondsen zoals de Vereniging Rembrandt, het VSBfonds en de Gravin van Bylandt Stichting, werd er ook plaatselijke steun gevonden. Zo droegen de gemeente en de vriendenkring van het museum bij, maar bijvoorbeeld ook een lokale bank en een tandartspraktijk. Omdat hiernaast ook nog vele individuen geld in het laatje deden, kan gerust worden gezegd dat de twee aanwinsten niet alleen de collectie hebben versterkt, maar ook de band tussen het museum en de lokale bevolking.

EEN NIEUWE BONDGENOOT
Het Edams Museum (opgericht in 1895) is bijna even oud als de Vereniging Rembrandt, maar was nog niet eerder gesteund bij een aankoop. Hopelijk gaat het Edams Museum door met het zinvol verrijken van zijn collectie zodat het museum een nog grotere rol kan spelen in de lokale gemeenschap. De Vereniging Rembrandt staat in ieder geval klaar om hierbij te helpen.