Skip over navigation | Sla menu over
4 sep 2015

Kunstfondsen vragen de Eerste Kamer gelijke behandeling van al het openbaar kunstbezit in de Erfgoedwet

Kunstfondsen vragen de Eerste Kamer gelijke behandeling van al het openbaar kunstbezit in de Erfgoedwet

Persbericht 4 september 2015 – De Vereniging Rembrandt, het Prins Bernhard Cultuurfonds, VSBfonds, Fonds 21 en andere (regionale) fondsen wijzen de Eerste Kamer op nog drie wezenlijke juridische en inhoudelijke tekortkomingen in de voorgestelde nieuwe Erfgoedwet. Dit wetsvoorstel beoogt onder meer het zorgvuldig onttrekken van kunst aan het openbaar kunstbezit. De kunstfondsen pleiten voor een gelijke behandeling van het gehele openbaar kunstbezit en vragen aanpassingen in het wetsvoorstel om zo te voorkomen dat belangrijke kunstwerken nog steeds uit de Collectie Nederland kunnen verdwijnen. De Eerste Kamer praat binnenkort over de voorgestelde Erfgoedwet en kan via een zogenaamde novelle de nodige verbeteringen bij de minister afdwingen.

De kunstfondsen en de vele andere schenkers die in belangrijke mate aan de Collectie Nederland hebben bijgedragen hechten veel waarde aan een zorgvuldige omgang met de openbare, voor iedereen toegankelijke kunst. Deze kunst is geschonken ten behoeve van het algemeen belang, met de musea als beheerder en de overheid als formele eigenaar. De kunstfondsen maken zich zorgen over de toenemende druk dit openbaar kunstbezit als 'marktwaar' te beschouwen; een ontwikkeling die samenhangt met bezuinigingen in de kunstsector. Te meer omdat niet vaststaat dat de publieke eigenaar de opbrengst van een verkoop weer ten goede laat komen aan het openbaar kunstbezit. Om deze redenen is het noodzakelijk een zorgvuldige omgang met dat openbaar kunstbezit ook wettelijk vast te leggen. De fondsen benadrukken dat ontzamelen mogelijk moet zijn, maar alleen na het doorlopen van een te controleren en een voor de gehele collectie gelijkluidende adviesprocedure.

Hoewel het wetsvoorstel op onderdelen door de Tweede Kamer al ten goede is geamendeerd, voorziet het helaas nog niet in garanties voor een zorgvuldige omgang met al het openbare kunstbezit. De fondsen doen een nadrukkelijk beroep op de Eerste Kamer die de mogelijkheid heeft een drietal nog noodzakelijke verbeteringen bij de minister af te dwingen:

De procedure moet voor het gehele openbaar kunstbezit gelijkluidend zijn: Kunst in eigendom van andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan de Staat, provincies en gemeenten, (zoals waterschappen en universiteiten) kent met het wetsvoorstel een lichter regime. Zo kunnen universiteiten nu zonder controle hun meesterwerken afstoten. Voor de beschermwaardigheid van de kunst zou echter niet mogen uitmaken wie de eigenaar daarvan is.
Gelijke bescherming voor het hele openbaar kunstbezit: Naar de overtuiging van de fondsen behoren de wettelijke criteria die bepalen wanneer een kunstwerk 'beschermwaardig' is, toepasbaar te zijn op het hele openbaar kunstbezit. Nu is lokaal en regionaal belangrijke kunst onbeschermd. Hiermee negeert de overheid de belangen van stedelijke en regionale musea. Als criterium zou moeten gelden de vraag of de kunst een bijzondere plaats inneemt in het geheel van de Collectie Nederland. Het wetsvoorstel neemt dit criterium ten onrechte niet als uitgangspunt.
De Erfgoedwet moet particulieren als schenkers een instrument in handen geven om naleving van de zorgvuldigheidsregels door de overheid als eigenaar te kunnen afdwingen: belanghebbende kunstorganisaties willen op laagdrempelige wijze kunnen worden betrokken bij een (voorgenomen) besluit tot onttrekking van een werk aan het openbaar kunstbezit. Dat kan door tegen zo'n besluit een procedure bij de bestuursrechter open te stellen. Het wetsvoorstel voorziet daarin ten onrechte niet. Van het bestaan van een bestuursrechtelijke procedure gaat een preventieve werking uit. Zo wordt een zorgvuldige afweging in het bepalen van de beschermwaardigheid van kunst door publieke eigenaren geborgd, zodat belanghebbenden van deze 'noodvoorziening' niet tot nauwelijks gebruik hoeven te maken. Dit is te meer van belang omdat de beoogde Erfgoedwet anders dan bijvoorbeeld bij de monumentenbescherming geen sancties zet op niet-naleving van de zorgvuldigheidsregels.