Skip over navigation | Sla menu over

Waarom gesteund?

25 november 2014: Museum Boijmans Van Beuningen verwerft een sculptuur van Medardo Rosso

Waarom gesteund door de Vereniging Rembrandt: In Nederlands openbaar kunstbezit waren voorheen slechts twee, wat kleinere werken van Medardo Rosso aanwezig, beide in Museum Kröller-Müller: La Rieuse en Enfant au soleil. Beide werken zijn via de kunsthistorica Etha Fles, de Utrechtse beschermvrouwe van Rosso en tevens zijn grootste promotor, in Nederlands bezit gekomen.
Mede gezien het grote belang van Etha Fles voor de carrière van Rosso – ze bezat ook de grootste privé collectie van diens werk – is het opmerkelijk dat er niet meer stukken van de beeldhouwer in Nederlands museaal bezit te vinden waren. Femme à la Voilette, dat tot de meest geslaagde composities van de kunstenaar behoort, compenseert dat gemis. Dat Fles zelf ook een versie van dit beeld bezat – overigens niet dit exemplaar - geeft deze verwerving alleen maar meer waarde. Met deze aankoop is Medardo Rosso in de Collectie Nederland ineens bijzonder sterk vertegenwoordigd, met drie goede en karakteristieke werken in was. Dit beeld is het meest monumentale en meest krachtige.

De aankoop is mede mogelijk gemaakt door de Vereniging Rembrandt, haar Dura Kunstfonds en haar Themafonds Beeldhouwkunst.

Samenstelling: Francesco Stocchi, conservator modern- en hedendaagse kunst Museum Boijmans Van Beuningen

Edgar Degas (1834-1917)

1922

Danseresje van veertien -1880-1881

Brons, 98 cm hoog

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen

Het Belgische danseresje Marie Van Goethem was veertien jaar oud toen ze model stond voor Degas. Het beeld was oorspronkelijk van was gemaakt, met echt haar en echte schoenen, en zo realistisch dat het een schandaal veroorzaakte op de tentoonstelling van impressionisten in 1881. Degas heeft daarna nooit meer een beeld tentoongesteld. Na zijn dood zijn er van dit beeld vijfentwintig afgietsels in brons gemaakt.
De Franse kunstenaar hield er dezelfde opvatting als Medardo Rosso op na over hoe kunst de werkelijkheid dient af te beelden: in plaats van mensen te portretteren beeldden beide kunstenaars liever situaties af, vluchtige momenten waarin de beweging in de omgeving even belangrijk was als het eigenlijke onderwerp. Degas was een van de eerste bewonderaars van Rosso's revolutionaire sculpturen en de eerste met wie de Italiaanse kunstenaar in Parijs kennismaakte. Hun ateliers lagen naast elkaar en Degas leende Rosso zijn camera, waardoor deze met het medium kon gaan experimenteren.

Danseresje van veertien -1880-1881

Medardo Rosso (1858-1928)

1923 (1895)

Impression de Boulevard, Femme à la voilette (Impressie van de Boulevard, Vrouw met sluier)

Gele was over gips, 70 x 54 x 33 cm

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 2014

Rosso keerde in de loop van zijn carrière verschillende malen terug naar eigen werken en maakte daar varianten van, en niet zozeer kopieën. Ondanks dat hij hiervoor gebruik maakte van een identiek gipsen model zijn de werken nooit hetzelfde en verschillen ze qua grootte, kleur, expressie en zelfs compositie. De Vrouw met sluier is de meest emblematische poging van de kunstenaar 'een monument voor het vluchtige moment' te scheppen. Rosso ondernam verscheidene pogingen dit vluchtige beeld van een vrouw die de trappen van een kerk afdaalt te vangen. In de loop van ruim 28 jaar probeerde de kunstenaar het emotioneel beladen beeld telkens weer tot uitdrukking te brengen en deze versie, die Rosso na zijn terugkeer naar Italië maakte, is voor zover bekend de laatste gedocumenteerde Vrouw met sluier.

Impression de Boulevard, Femme à la voilette (Impressie van de Boulevard, Vrouw met sluier)

Paul Cézanne (1839-1906)

1895

Landschap bij Aix met de Tour de César

Olieverf op doek, 73 x 113,5 cm

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen.

Nadat Cézanne in 1895 definitief was teruggekeerd naar zijn geboorteplaats, het Zuid-Franse Aix-en-Provence, tekende en schilderde hij vele gezichten op de nabijgelegen berg Sainte Victoire. Ook dit zonnige Provençaalse vergezicht toont zijn geboortestreek. Boven op de heuvel staat een toren, de Tour de César, gezien vanaf de vlakte van Bibémus, ongeveer vier kilometer ten noordoosten van Aix. Rosso was een groot bewonderaar van Cézanne. Op een aantal van Rosso's foto's zijn diens eigen sculpturen te zien voor schilderijen van Cézanne. De Italiaanse kunstenaar verhuisde ondermeer naar Parijs om het werk van de Franse schilder te kunnen bestuderen. Beiden hielden zich bezig met de vraag wat er afgebeeld diende te worden op dat specifieke moment in de geschiedenis en beiden ontwikkelden geheel eigen technieken, zoals bij Cézanne het gebruik van speciale kwasten en bij Rosso nieuwe gietmethoden in was. Kenmerkend voor beide kunstenaars was dat zij jarenlang aan reeksen bleven werken, een aanpak die door een groot aantal kunstenaars in de twintigste eeuw verder is ontwikkeld.

Landschap bij Aix met de Tour de César

Vilhelm Hammershøi (1864-1916)

1911

De kamer met balkon in Spurveskjul

Olieverf op doek, 43,5 x 53,5 x 1,7 cm

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 2014

In 1911 huurde Hammershøi buiten Kopenhagen de villa Spurveskjul (mussenschuilplaats) en bracht daar met zijn vrouw de zomer door. Hij schilderde er deze studie, die hij later zou gebruiken voor een zelfportret. De kunstenaar reisde in zijn jeugd veel door Europa en raakte in Nederland diep onder de indruk van zeventiende-eeuwse schilders zoals Johannes Vermeer en Pieter de Hooch.
Rosso heeft Hammershøi nooit persoonlijk ontmoet, hoewel beide kunstenaars geïnteresseerd waren in het licht (en de effecten daarvan) en dit tot een wezenlijk aspect van hun oeuvre maakten. Terwijl Hammershøi licht schilderde door lege, zonbeschenen ruimten als onderwerp te kiezen, beeldhouwde Rosso met licht, dat hij als het belangrijkste element in zijn werk beschouwde ('Niets is materieel in de ruimte waar het licht zijn spel speelt').

De kamer met balkon in Spurveskjul

Donatello (1396-1466)

1450

Zittende man met een instrument (astrolabium?)

pen in bruine inkt, op roze geprepareerd papier, 18,4 x 13,8 cm

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen

Donatello is de meest invloedrijke beeldhouwer uit de vroege renaissance. Hij is vooral bekend om zijn standbeelden, zoals de Gattamelata in Padua en de David in het Bargello in Florence. Donatello's lineaire tekenstijl heeft een vormende invloed gehad op de jonge Andrea Mantegna toen zij beiden in de jaren 1446-1453 in Padua verbleven. De tekening wordt daarom ook wel toegeschreven aan Mantegna.
Een minder bekende kant van Rosso's oeuvre vormen zijn kopieën van antiquiteiten. Rosso was geboeid door antieke sculpturen, vooral Etruskische en Egyptische (en niet zozeer Grieks-Romeinse). Meer nog dan van Michelangelo hield hij van de kunst van Donatello, waarvan hij een aantal kopieën vervaardigde. Het eerste werk dat hij ooit verkocht was een kopie van Donatello aan het British Museum (de curator dacht dat het een origineel was!)

Zittende man met een instrument (astrolabium?)

Peter Struycken, (1939-)

1976

Blocks 2 (31.VIII.76)

lakverf op polyvinylchloride (PVC), 35 x 430 x 149 cm

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen

Struycken maakt non-figuratief werk in verschillende kunstmedia, waaronder schilderijen, tekeningen, ruimtelijke vormen, film, digitale media en vormgeving van binnen- en buitenruimtes. Zijn onderzoek naar kleuren binnen rationele en aleatorische systemen bracht hem ertoe een computergestuurde belichting te ontwikkelen voor zijn werken en environments (zoals de kleurenschaal voor het auditorium van het Kröller-Müller Museum). In 1969 maakte hij voor het eerst gebruik van een computer om een kunstwerk te maken en sindsdien is de computer een essentieel onderdeel van zijn werk gebleven.
Wat Rosso en Struycken met elkaar gemeen hebben, zoals blijkt uit hun beide oeuvres, is hun belangstelling voor kleur en optische waarneming, het werken in reeksen en het ontwerpen van een complete omgeving bij wijze van sculptuur (versus de combinatie sokkel/monument). Op grond van zijn experimentele en innovatieve aanpak kan Rosso worden beschouwd als de Struycken van de jaren zeventig en tachtig (en vice versa).

Blocks 2 (31.VIII.76)
← Ga terug