Skip over navigation | Sla menu over

Waarom gesteund?

Van ons allemaal sinds 1931: De Marskramer van Jheronimus Bosch

Zelfs de oudste leden van de Vereniging Rembrandt zullen zich Museum Boijmans Van Beuningen niet meer kunnen herinneren zonder De Marskramer (ca. 1494) van Jheronimus Bosch (ca. 1450–1516), want het is al sinds 1931 een van de blikvangers in de verzameling. ‘Het is een cruciaal stuk voor het museum’, beaamt Friso Lammertse, conservator oude schilderkunst. ‘Wat mij betreft zelfs het allerbelangrijkste, al zullen anderen misschien voor de Toren van Babel van Pieter Bruegel kiezen’.

De verwerving was allerminst vanzelfsprekend. Zowel het Rijksmuseum als Museum Boijmans waren er destijds op gebrand een schilderij van deze meester te bemachtigen, maar die waren in die tijd al nauwelijks meer op de markt, en wie een authentieke Bosch dacht te kopen, liep het risico een kopie of een werk van een van diens vele navolgers in de maag gesplitst te krijgen.

Dirk Hannema, de toenmalige directeur van Museum Boijmans, had zijn oog laten vallen op een schilderij van Bosch in een Weense privéverzameling die op 29 september 1930 zou worden geveild. Hij had het geluk dat kunsthandelaar Goudstikker bereid was voor het museum te bieden en het bedrag voor te schieten. Uiteindelijk werd het paneel ook toegeslagen aan Goudstikker, maar daarmee was een plaats in de collectie nog niet verzekerd: Hannema moest in vier maanden tijd aan 262.000 gulden zien te komen voor zijn grootste aankoop ooit.

Dat lukte met vereende krachten. Dankzij het legaat van J.P. van der Schilden en schenkingen van D.G. van Beuningen, F.W. Koenigs en de Vereniging Rembrandt kon het werk aan de verzameling worden toegevoegd.

Samenstelling: Lonneke Visser, Museum Boijmans Van Beuningen

Jheronimus Bosch (ca. 1450 – 1516)

ca. 1494

De Marskramer

Olieverf op paneel, 71 x 70.6 cm

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 1931.

In 1931 verwerft het Museum Boijmans Van Beuningen De Marskramer van Jheronimus Bosch. Zij worden hiervoor financieel bijgestaan door de Vereniging Rembrandt en drie vermogende particulieren uit Rotterdam. In zijn motivatie voor de aankoop was de heer Hannema, destijds directeur van het museum, duidelijk. ”De schilder Hieronymus Bosch behoort tot de grootste kunstenaars die Holland in den loop der jaren heeft voortgebracht. Door zijn ongeëvenaarde fantasie wist hij nieuwe werelden te openen. Hij is een baanbreker te noemen.”  
Het werk wordt gekocht als de Verloren Zoon. Een bijbels figuur die zijn erfenis vroegtijdig opeist en volledig verkwist aan drank en hoererij. Tegenwoordig geven we de naam ‘Marskramer’ aan het kunstwerk. Dit is echter een interpretatie, de waarheid is dat we niet precies weten wat Bosch in dit werk heeft verbeeld. Zoals we in feite heel veel over Bosch niet weten.

De Marskramer

Toegeschreven aan Jheronimus Bosch (ca. 1450 – 1516)

ca. 1475-1525

Twee figuren met mijters

Olieverf op paneel, 14.5 x 12 cm.

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

Dit paneel met twee figuren onder een rondboog was onderdeel van het Boijmans legaat dat in 1849 de basis voor het toenmalige Museum Boymans vormt. In 1902 wordt het tentoongesteld op de historische tentoonstelling Les primitifs flamands et l’art ancien in Brugge. Bij terugkomst is het niet langer een anoniem werk maar een vroeg werk van de grote kunstenaar Jheronimus Bosch. Voor korte tijd de enige Bosch in een Nederlandse collectie. Maar de toeschrijving houdt niet lang stand. Met de aankoop van de Marskramer in 1931 wordt de eerste echte Bosch aan de collectie toegevoegd. En nog steeds is het Museum Boijmans Van Beuningen het enige museum in Nederland met werk van Bosch in de collectie.

Twee figuren met mijters

Anoniem

ca. 1500

De bewening van Christus

gepolychromeerd eikenhout, 59 x 38 x 15 cm.

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

Het beschilderen van beeldhouwwerk werd veelal door schilders gedaan. Bekend is dat Bosch voor het Lieve-Vrouwe-Broederschapsrentabel (waarvoor hij zelf buitenluiken beschilderde) advies heeft gegeven over de polychromie. Een van de mooiste voorbeelden van middeleeuwse sculptuur in de collectie van het Museum Boijmans van Beuningen is De Bewening van Christus. Dit wordt in dezelfde periode gemaakt als Bosch aan ‘De Marskramer’ werkt. Het hoog-reliëf maakte ooit deel uit van een altaarkast met een Calvarieberg. Op een gegeven moment is het altaarstuk verzaagd tot losse fragmenten. Een lot dat ook De Marskramer is ondergaan.

De bewening van Christus

1931-1935

Eerste opstelling in het Schielandhuis

Na de aankoop werd De Marskramer in een zaal met andere 16de eeuwse meesterwerken gehangen. Wat direct opvalt is dat de thematiek in de zaal overwegend Christelijk is. Jheronimus Bosch is de eerste kunstenaar waarvan wij genreschilderkunst kennen. In sommige van zijn werken, bijvoorbeeld De Hooiwagen, zijn alledaagse taferelen gecombineerd met een religieuze scènes. Op de gesloten luiken van De Hooiwagen is een landloper afgebeeld. De Marskramer van het Museum Boijmans Van Beuningen moet ook ooit op de buitenzijde van een drieluik gepronkt hebben.

Eerste opstelling in het Schielandhuis

Anoniem

ca. 1465

Johannes, het Evangelie schrijvend

Olieverf op paneel, 88.0 x 84.0 x 8.0 cm

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

In zowel de eerste opstelling als de huidige opstelling van Museum Boijmans Van Beuningen hangt De Marskramer samen met Johannes, het Evangelie schrijvend uit de omgeving van Dieric Bouts. In 1931 was dit het enige Vroeg Hollandse paneel in de collectie. Met de aankoop van De Marskramer wordt een begin gemaakt aan de collectie vroeg-Nederlandse schilderkunst. Door de verzameling van Van Beuningen worden hier werken aan toegevoegd van o.a. Geertgen tot Sint Jans, Hans Memling, Dieric Bouts en Jan Van Eyck.

Johannes, het Evangelie schrijvend
← Ga terug