Skip over navigation | Sla menu over

Waarom gesteund?

7 juli 2016: Museum Catharijneconvent presenteert een 15de eeuwse sculptuur uit de omgeving van Adriaen van Wesel

 

Waarom gesteund door de Vereniging Rembrandt: De nieuwste aankoop van Museum Catharijneconvent is maar 30 centimeter hoog. Een uit hout gesneden beeld uit de vijftiende eeuw dat een Zittende Maria met staand Christuskind voorstelt. Het beeld werd drie weken voor de TEFAF 2016 aan het museum aangeboden.
Hoogstwaarschijnlijk komt het beeld uit de omgeving van de Utrechtse beeldhouwer Adriaen van Wesel (ca. 1415-1490). Opvallend is dat het beeldje aan de onderkant gemerkt is met het Antwerpse handje, wat er op wijst, dat het beeld in Antwerpen werd verkocht. Utrecht was in de late 15de en de vroege 16de eeuw het middelpunt van de Noordwest-Europese beeldhouwkunst. De beelden die hier werden gemaakt waren veel realistischer dan wat er elders werd geproduceerd en daar was vraag naar.
Het beeldje wordt gekenmerkt door een bijzondere iconografie. Het Christuskind is staand afgebeeld met daarbij een openvallende tuniek die het naakte onderlichaam van het kind laat zien als verwijzing naar zijn besnijdenis. Er zijn binnen de Collectie Nederland geen andere middeleeuwse sculpturen uit de omgeving van Van Wesel bekend die Christus en Maria op een dergelijke manier afbeelden.
De aankoop van Zittende Maria met staand Christuskind is mede mogelijk gemaakt door de Vereniging Rembrandt, mede dankzij haar Shoufour-Martin Fonds en haar Mr. J.J.A.M. Kennis Fonds.

Samenstelling: Micha Leeflang, conservator oude kunst, Museum Catharijneconvent, Utrecht

Utrecht, omgeving Adriaen van Wesel

ca. 1480

Zittende Maria met staand Christuskind

Eikenhout met sporen van oorspronkelijke polychromie, 28 x 20,5 x 9,5 cm

Collectie Museum Catharijneconvent, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 2016.

Deze zittende Maria met staand Christuskind is van zeer hoge kwaliteit en in de stijl van de Utrechtse beeldhouwer Adriaen van Wesel (ca. 1417 - kort na 1490). Typerend zijn het eivormige gezicht van Maria en haar golvende haren met de scheiding in het midden. Ook de plooival van de mantel, die over de grond uitwaaiert, is goed te vergelijken met de beeldgroepen van deze belangrijke Utrechtse meester. Het enige verschil is dat de plooien van dit beeldje scherper en hoekiger zijn, wat we ook terugzien bij andere Utrechtse beelden. Daarnaast is er de specifieke iconografie. Normaal draagt Maria het kind op de arm, maar hier staat het kindje op de grond. Zijn hemdje valt open, waardoor oorspronkelijk zijn genitaliën te zien waren. Deze zijn echter in latere tijd verwijderd, waarschijnlijk uit preutsheid. In de middeleeuwen is deze aandacht voor het geslachtsdeel als verwijzing naar de besnijdenis zeer actueel. Een ander opvallend iconografisch element is dat Jezus zijn hand op het boek legt en de beschouwer lijkt te onderwijzen. Jezus presenteert zich hier als onderwijzer en als het ‘vleesgeworden woord’.

Zittende Maria met staand Christuskind

Antwerpen

2e helft 14de eeuw

Pelgrimsteken met besnijdenis van Christus

Lood-tinlegering, 5 x 2 cm

Collectie Utrecht, Erfgoed Gemeente Utrecht

Het Utrechtse beeldje van de zittende Maria met het staand Christuskind verwijst naar de besnijdenis, waarbij het Christuskind van zijn voorhuid was ontdaan en had gebloed. Het was de eerste keer dat Jezus ten behoeve van de verlossing van de mensheid zijn bloed had vergoten. De besnijdenis is een van de zogenaamde zeven bloedstortingen van Jezus, waarvoor in de late middeleeuwen een grote devotie bestond (de andere zes bloedstortingen zijn: Christus in Gethsemane, de geseling van Christus, de doornenkroning, de val onder het kruis, de kruisiging en de lanssteek).
In de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Antwerpen werd als belangrijke reliek de voorhuid van Christus bewaard en vereerd. Dat deze verering ook in Utrecht bekendheid genoot, wordt bevestigd door de vondst op het terrein van het voormalige kartuizerklooster Nieuwlicht te Utrecht van een Antwerps pelgrimsteken dat verwijst naar de voorhuid. In een gotische omlijsting toont dit pelgrimsteken de besnijdenis. In de bovenste scène ligt het kind op het altaar en in de onderste scène staat hij op altaar, geflankeerd door twee figuren, waarvan de linker de besnijdenis uitvoert en de rechter het bloed opvangt in een kelk.

Pelgrimsteken met besnijdenis van Christus

Adriaen van Wesel (ca. 1417 - kort na 1490)

1475-1477

Links: Visioen van keizer Augustus, rechts: Visioen van de evangelist Johannes op Patmos

Eikenhout, met resten van polychromie, Augustus: 48,2 x 34,5 x 17 cm (kast: 86,7 x 61,5 x 32 cm), Johannes: 47,4 x 33,9 x 17 cm (kast: 86,5 x 61,6 x 32 cm)

Collectie ’s Hertogenbosch, Illustre Lieve Vrouwe Broederschap (Het Zwanenbroedershuis)

Slechts twee beeldengroepen zijn met zekerheid door de Utrechtse beeldhouwer Adriaen van Wesel gemaakt. Zij vormen de kernstukken binnen het oeuvre en maakten onderdeel uit van het Mariaretabel dat Van Wesel maakte voor de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in ’s Hertogenbosch.
Het Mariaretabel voor de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap werd tijdens de Beeldenstorm van 1566 gespaard door voorzorgsmaatregelen van de rentmeester van de broederschap. Zes dagen en nachten werd de kapel met zes soldaten beschermd, alvorens men besloot het Mariaretabel te ontmantelen en in veiligheid te brengen. In 1567/1568 was de rust weder gekeerd en werd het altaarstuk opnieuw opgesteld. Totdat de Sint-Jan in 1629 aan de protestanten werd overgedragen, bleef Van Wesels retabel daar staan. Waarschijnlijk werd het altaarstuk toen gedemonteerd en in stukken opgeslagen in het huis van de broederschap. In 1896 werd het Mariaretabel pas weer vermeld in de bronnen. Er resteerde toen in het Zwanenbroedershuis slechts twee groepen: het Visioen van keizer Augustus en het Visioen van Johannes.

Links: Visioen van keizer Augustus, rechts: Visioen van de evangelist Johannes op Patmos

Adriaen van Wesel (ca. 1417 - kort na 1490)

ca. 1475-1480

Heilige familie

Eikenhout, 32,5 x 25,5 x 11 cm

Collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Gelukkig kennen we wel beeldengroepjes, waarvan men aanneemt, dat ze oorspronkelijk ook deel uitmaakten van het altaar van de Illustre Vrouwe Broederschap, zoals zes beeldengroepen van het Rijksmuseum en deze Heilige Familie van Museum Catharijneconvent. Het kleine beeldengroepje toont een aandoenlijke en huiselijke voorstelling met Maria, Jozef en het Christuskind. De kleine Jezus helpt zijn vader bij het opmeten van een balk. Voor hen staat een mandje gereedschap met daarin een boor, een kleine bijl en een blokschaaf. Maria leest een boek. Het kindje, gekleed in een tuniek, vertoont veel overeenkomsten met Jezus van de zittende Maria met staand Christuskind.

Heilige familie

Utrecht

ca. 1470-1480

Maria van een annunciatie

Eikenhout, 35,5 x22,5 x 6,5 cm

Collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Deze lezende Maria maakte deel uit van een Annunciatiegroep. De nu ontbrekende engel zal van links zijn komen aan lopen. Maria heeft een bol voorhoofd en een typisch Utrechtse haardracht. Ondanks deze Utrechtse kenmerken was ook dit beeld bestemd voor de Antwerpse markt. Het beeld is daar verkocht, getuige het merkteken: een Antwerpse handje, rechtsvoor op het boek. Wellicht hebben we te maken met een beeld dat werd vervaardigd door een in Utrecht opgeleide beeldsnijder, die was geëmigreerd naar Antwerpen. De snel groeiende metropool van de Zuidelijke Nederlanden trok vanwege haar bloeiende kunstmarkt veel kunstenaars aan, want zoals Karel van Mander al schreef, ‘kunst is graag bij rijkdom’ (1604). Het kan echter ook dat de sculptuur in Utrecht werd gesneden en dat het vervolgens in Antwerpen op de vrije markt werd verkocht, door de beeldsnijder zelf of door een handelaar. Het is immers bekend dat ambachtslieden langs de verschillende week- en jaarmarkten in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden reisden om hun handelswaar aldaar aan te bieden.

Maria van een annunciatie

Antwerpen

ca. 1480

Treurende vrouw uit passievoorstelling

Eikenhout met oorspronkelijke polychromie, 57,5 x 18 x 11,5 cm

Colectie Museum Catharijneconvent,Utrecht

Vanaf de vijftiende eeuw werden schilderijen op paneel en houten beelden voorzien van keurmerken. Deze dienden als kwaliteitswaarborg voor de koper. De merken werden ingebrand of ingeslagen door officieel aangestelde keurmeesters van het gilde. In Antwerpen gebruikte men een handje voor het houtwerk. Voor de goedkeuring van de polychromie werd een tweede keurmerk aangebracht, het Antwerpse stadswapen, bestaande uit een burcht met twee kleinere handjes. Antwerpse handjes komen voor op achterzijden van schilderijen, op de houten bakken of lijsten van Antwerpse retabels, maar ook regelmatig op de in hout gesneden figuren en scènes. Soms op de achterkant van zo’n beeldje, zoals in het geval van een treurende vrouw, maar ook boven op hoofden of elders vol in het zicht. Het betreft niet alleen kunstobjecten die werden aangeboden op de vrije markt, maar ook in opdracht vervaardigde werken.

Treurende vrouw uit passievoorstelling

Antwerpen, Meester van 1518 en Pieter Coecke van Aelst

Ca. 1520-1525

Drieluik met Aanbidding der koningen

Olieverf op paneel, 104 x 66,5 cm (middenpaneel); 107 x 28,5 cm (luiken, elk)

Collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Behalve in de beeldhouwkunst is ook in de Antwerpse schilderkunst een grote nadruk op de genitaliën van Jezus. Dit fenomeen wordt in de middeleeuwen aangeduid als Ostentatio genitalium, het tonen van de geslachtsdelen. Op dit drieluik dat werd vervaardigd in het atelier van de Meester van 1518, toont Maria aan de geknielde koning op het middenpaneel dat Jezus ‘compleet’ is.
Het verhaal van de aanbidding van het Christuskind door de drie koningen is een zeer populair thema in de beeldende kunst. Opmerkelijk genoeg wordt over deze specifieke gebeurtenis in de Bijbel weinig verteld.

Drieluik met Aanbidding der koningen

Mechelen

ca. 1500

Maria met kind, staande op een maansikkel

Eikenhout, ca. 38,5 x 12,5 x 8 cm

Collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Dit Mechelse beeldje is evenals het Utrechtse beeld van de zittende Maria met staand Christuskind, een voorbeeld van de middeleeuwse belangstelling voor Jezus’ geslachtsdelen. Maria staat op de maansikkel. Ze draagt het Christuskind op haar rechterarm en houdt het met beide handen vast. Het kind is in halfzittende houding naar de beschouwer gekeerd en draagt een tuniekje met een openvallend split dat de genitaliën en beentjes vrijlaat.
Mechelen was in de late middeleeuwen een belangrijk productiecentrum voor voornamelijk kleine houten devotiebeeldjes, bestemd voor privégebruik. Ze zijn herkenbaar aan hun ronde, veelal popperige gezichtjes met kraaloogjes. Vandaar dat men ook wel spreekt van ‘Mechelse pupkes’.

Maria met kind, staande op een maansikkel

Mechelen

ca. 1500-1510

Zittend Christuskind als Salvator Mundi

Notenhout met polychromie, 23 x 10,5 x 6 cm

Collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Ook dit opvallend naakte Christuskindje, dat met gekruiste beentjes is gezeten op een kussentje, verwijst naar de besnijdenis. Acht dagen na zijn geboorte wordt Jezus, op 1 januari, besneden en krijgt hij zijn naam. Vandaar dat op die dag het feest van de Zoete Naam van Jezus werd gevierd. Door het opzeggen van bepaalde gebeden en het vereren van Jezusbeeltenissen waren aflaten te verdienen. Het is waarschijnlijk dat afbeeldingen of beeldjes van het naakte Christuskind, zoals het hier getoonde Mechelse exemplaar, een functie hadden in deze gebedscultus. Jezus houdt een wereldbol vast en maakt een zegenend gebaar. Met een aandoenlijke glimlach op het gezicht is hij zich wel degelijk bewust van zijn rol als de Salvator Mundi, ofwel redder van de wereld.

Zittend Christuskind als Salvator Mundi
← Ga terug