Skip over navigation | Sla menu over

Waarom gesteund?

6 september 2016: Museum Arnhem en het Stedelijk Museum presenteren een hedendaagse installatie van de Nigeriaanse kunstenares Otobong Nkanga

 

Waarom gesteund door de Vereniging Rembrandt: Museum Arnhem en het Stedelijk Museum Amsterdam vroegen gezamenlijk steun voor de aankoop van een installatie uit 2014, In Pursuit of Bling, van de Nigeriaanse, in Antwerpen wonende en werkende kunstenares Otobong Nkanga. Het werk bestaat uit een centraal geplaatst dubbelzijdig wandkleed omgeven door een groot aantal metalen tafels met materialen, voorwerpen en twee video’s. Het belangrijkste thema in het werk is de winning van grondstoffen in Afrika, zoals mica en malachiet, die het in de westerse wereld niet alleen mogelijk maakt om een leven te leiden op hoog technologisch niveau, maar daar ook een bijzondere glans aan te geven – de ‘bling’ uit de titel. Het bestuur waardeert de zeggingskracht van de installatie, waarin op een spannende wijze de verschillende aspecten van het transformeren van materialen en hun betekenissen in beeld worden gebracht. Tevens onderstreept de vereniging met haar steunverlening dat zij het belangrijk vindt dat ook Niet-Westerse kunst is vertegenwoordigd in onze musea. Hoewel men kanttekeningen zet bij het steeds jonger worden van de kunstenaars waarvoor steun wordt aangevraagd, geven in dit geval het reeds over langere tijd opgebouwde en tentoongestelde oeuvre van de kunstenares en de gezamenlijkheid van de aanvraag de doorslag.

In Pursuit of Bling is aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt, mede dankzij haar Titus Fonds.

Samenstelling: Mirjam Westen, conservator hedendaagse kunst, Museum Arnhem

Otobong Nkanga (1974 Kano, Nigeria)

2014

In Pursuit of Bling

Mixed media, textiel, ijzer, steen, mineralen, beeldschermen, 2 videofilms, 445 x 470 cm (oppervlak), hoogte 245 cm (tapijt)

Collectie Museum Arnhem/Stedelijk Museum, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 2016.

Nkanga combineert in haar werk verschillende media en technieken, variërend van teken-, schilder-, en beeldhouwkunst, tot en met fotografie, poëzie, textiel, video en performance. De afwisseling tussen abstracte beeldtaal en meer herkenbare figuratie is een belangrijk kenmerk van haar werkwijze.
Terugkerend thema in haar oeuvre is de relatie tussen mens en landschap, in het bijzonder de annexatie van het landschap en de omgang met natuurlijke bronnen. Het landschap is voor haar een klankbord voor denkbeelden, verhalen en herinneringen. Nkanga verweeft culturele, historische en politieke aspecten met persoonlijke vertellingen waarin haar jeugd in Nigeria een belangrijke rol speelt. Steeds gaat het haar om vragen als hoe belanden materialen van de ene plek op de andere, hoe transformeren ze van de ene verschijningsvorm in een andere, wat zijn de consequenties voor mens en omgeving van het delven van natuurlijke materialen en wat voor effect heeft dat op het ecosysteem?

In Pursuit of Bling

Yinka Shonibare (Londen, VK, 1962)

2010

Planets in my head, Literature

Paspop, globe, hout, textiel, griffel, 109 x 76 x 51 cm.

Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen

De Nigeriaans-Britse kunstenaar Yinka Shonibare levert in dit werk commentaar op de complexe Afrikaans-Europese geschiedenis. Planets in my head, Literature is een sculptuur van een jongen, gezeten in een ouderwetse schoolbank. Hij is gekleed in een Victoriaanse pandjesjas met strik, en draagt hoge zwartleren schoenen. De pandjesjas is gemaakt van het typische kleurrijke batiktextiel; in Helmond vervaardigd Vlisco-textiel dat vooral in West-Afrika wordt verkocht. Op de plaats van zijn hoofd is een hemelbol bevestigd. Met een gouden griffel heeft hij de tekst ‘You can’t trust nobody’ in het hout van de lessenaar gekrast. Het werk is onderdeel van Planets in My Head, een serie van vijf sculpturen die de vijf kennisgebieden vertegenwoordigen die gewoonlijk door de westerse wetenschap worden geclaimd. De andere werken in de serie dragen de ondertitels Physics, Arts, Mathematics en Philosophy.

Planets in my head, Literature

Heri Dono (Jakarta, IDN, 1960)

2007

Proklamasi (Palace Guards)

Glasvezel, textiel, metaal, rubber, 143 x 60 x 120 cm

Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen

De installatie Proklamasi omvat drie figuren die staan opgesteld voor een reproductie van de declaratie van onafhankelijkheid, die op 17 augustus 1945 door Soekarno werd voorgedragen in Indonesië. De figuur met groene hoofddeksel stelt Soekarno voor (de eerste president van de Republiek Indonesië). De figuur met blauwe hoofddeksel representeert zijn opvolger Suharto, die met het rode hoofddeksel is Soedirman, opperbevelhebber ten tijde van de onafhankelijkheidsstrijd. Heri Dono plaatste letterlijk een vraagteken achter de eerste zin van de beroemde declaratie, “Wij, het Indonesische volk, verklaren de onafhankelijkheid van Indonesië”.  In de tijd van Soekarno's opvolger Suharto betrof de onafhankelijkheid in de visie van Heri Dono slechts een Indonesische voortzetting van het oude kolonialisme waarbij alle macht in handen was van een door het leger gesteunde elite.

Proklamasi (Palace Guards)

Kara Walker (1969 Stockton, Californië)

1999-2000

The Emancipation Approximation 1999-2000

Serie van 26 zeefdrukken, 113 x 87 cm (elk)

Collectie Museum Arnhem

De Afro-Amerikaanse kunstenaar Kara Walker laat zich in haar werk inspireren door historische documenten om te laten zien hoezeer hedendaags racisme samenhangt met het koloniale verleden. Met behulp van de silhouet-techniek – uit zwart papier geknipte figuren tegen een lichte achtergrond – geeft Walker commentaar op racistische en seksistische stereotypen in het dagelijks leven. Zij laat zich inspireren door de populaire massacultuur, historische documenten als de Slave Narrative uit de Amerikaanse Burgeroorlog, illustraties bij bladmuziek of de advertenties geschilderd op schepen voor slavenhandel.

The Emancipation Approximation 1999-2000

Remy Jungerman (1959 Moengo, Suriname)

1999

Zonder titel

Collage, 54 x 42 cm

Collectie Museum Arnhem

Een thema dat regelmatig in het werk van Remy Jungerman opduikt is ontheemding. Terugkerend motief is de (platgetreden) pad, het amfibische dier, waarmee de kunstenaar zich vereenzelvigt. Het staat model voor transformatie en migratie, processen die niet zonder gevaar zijn. Deze collage maakt deel uit van een serie waarin de pad is vervlochten in een collage met planologische tekeningen van delen van Amsterdam. Meerdere culturen lijken hier letterlijk over elkaar heen geplakt. De vorm van een platgetreden pad is uit de kleurrijke stadsplattegrond geknipt en beplakt met een kopie van de geblokte (patchwork) lendendoeken die van oudsher worden gedragen door de Saramaccaanse (Maron) bevolking aan de bovenloop van de Suriname-rivier. De Marons stammen af van gevluchte slaven die zich in het oerwoud vestigden.

Zonder titel

Fiona Tan (Pakanbaru IND, 1966)

2009

Disorient

video-installatie op 2 schermen, kleur, 5:1 surround sound, 17’ en 19’34” loop

Collectie Museum Arnhem, productie met steun van Mondriaan Fonds. aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt in 2012.

Vraagstukken over Oost en West, Oost versus West, en onderwerpen als herinnering, geschiedenis, identiteit en migratie keren geregeld terug in het werk van Fiona Tan.  In de tweedelige installatie Disorient laat Tan verleden en heden, fictie en werkelijkheid samensmelten. Als uitgangspunt dienden de reisverslagen van de koopman Marco Polo (1254 -1324). Hij verliet in 1271 Venetië om naar het Verre Oosten te reizen en keerde in 1295 terug. Zijn observaties over rooflustige of goedgemanierde volkeren, landen met goud en specerijen in overvloed, kristalheldere rivieren en papavervelden werden opgetekend tijdens zijn gevangenschap eind dertiende eeuw in Venetië. Tan gebruikt zijn verhalen voor de gesproken tekst bij haar montage van 20e eeuwse filmbeelden van dezelfde gebieden.

Disorient

Dorothy Akpene Amenuke (Adzokoe-Peki GH, 1968)

2012

How Far How Near

Textiel, (h)520 x (b)210 x (d)10 cm

Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

How Far How Near bestaat uit aan elkaar genaaide stukken stof zoals batik-textiel, jute en touw. Kunstenares Dorothy Akpene Amenuke combineerde ‘globale’ producten met lokaal Ghanees textiel. Het batik-textiel is afkomstig uit Helmond en is vanwege de motieven en contrastrijke en duurzame kleuren uitermate populair in West-Afrika. De jutezakken komen uit China en worden in Ghana gebruikt om een van zijn belangrijkste exportproducten te vervoeren: cacaobonen. Daarnaast bevat het werk verwijzingen naar handelsproducten van en naar het vroegere West-Afrika, zoals ivoor en spiegels. How Far How Near is daarmee een uitstalling van culturele, sociale en economische processen van uitwisseling, die een stereotype etnografische duiding ondermijnt. Het maskerachtige gezicht benadrukt de rol van de mens in deze uitwisseling. Net als Nkanga’s werk wordt de relatie met Afrika inzichtelijk gemaakt.

How Far How Near

Steve McQueen (Londen GB, 1969)

2014

Broken Column

Installatie, graniet, hout, afm. (h)114.5 x (Ø)38;  (h)85.5 x (b)42 x (d)42;  (h)50 x (b)10 x (d)10 cm

Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

De installatie Broken Column is een verrassende zet voor McQueen, bekend van film- en videowerk. Het bestaat uit een statige zuil van Zimbabwaans zwart graniet op een pallet, en een kleinere versie op een sokkel. De vorm doet denken aan een Victoriaans grafmonument, verwijzend naar de traditie om een boom schuin af te kappen wanneer een jongeman voortijdig overlijdt. McQueen ziet Broken Column als een monument voor diverse levens die onnodig vroeg zijn afgekapt, in schietpartijen en druggerelateerde geweldsdelicten die –doorgaans zwarte – gemeenschappen wereldwijd teisteren.
Het extreem zware, donkere graniet van deze sculptuur is gedolven op Grenada, een eiland waar de bevolking voornamelijk bestaat uit de nazaten van de Afrikaanse slaven waartoe ook de ouders van McQueen behoren die daar opgroeiden.

Broken Column

Sara van der Heide (1977 Busan, Zuid-Korea)

2010-2012

Hollands Kabinet nr. 316

Reeks van 558 tekeningen, waterverf op papier, afm 26 x 18 cm (elk)

Collectie Van Abbemuseum, Eindhoven

Sara van der Heide begon aan deze reeks aquarellen op 14 oktober 2010, het moment waarop 'Kabinet Rutte I' aantrad. Dit minderheidskabinet van de politieke partijen VVD en CDA regeerde met gedoogsteun van de rechts-populistische PVV en eindigde toen het kabinet viel op 23 april 2012. Van der Heide tekende elke dag zolang het kabinet regeerde, 558 in totaal, een Hollands kabinet. Zij ontvouwde zo de geschiedenis en herkomst van deze zogenaamde traditionele bruine kast die werd gebruikt om kostbaarheden in te bewaren. Het kabinet, soms minutieus belegd met motieven en voorzien van rijk versierd snijwerk, sierde de interieurs van de elite. De houten kast komt oorspronkelijk uit Azië en werd rond 1600 populair in Holland. Behalve het lokale eikenhout, werden eveneens ‘exotische’ houtsoorten gebruikt. Tijdens de koloniale periode werd het kabinet ook in de Hollandse kolonies geproduceerd, zoals in Kaap de Goede Hoop (Zuid-Afrika), Ceylon, Batavia en in New York. De meubelmakers in den vreemde moesten wel uitgaan van westerse voorbeelden, wat leidde tot Hollandse kabinetten in een combinatie van oosterse en westerse materialen en motieven.

Hollands Kabinet nr. 316

creditline

De aankoop van In Pursuit of Bling werd mede mogelijk gemaakt door:

Het Mondriaan Fonds

De Vereniging Rembrandt

creditline
← Ga terug