Uitzicht over de baai van Nagasaki met het eiland Deshima in de voorgrond

door Matthi Forrer

Museum Volkenkunde in Leiden beheert de grootste collectie schilderingen van Kawahara Keiga (ca. 1786-1860/70). De meeste hiervan zijn gemaakt op bestelling voor Jan Frederik van Overmeer Fisscher (1800-1848) en Philipp Franz von Siebold (1796-1866), beiden kenners en liefhebbers van de Japanse cultuur. Maar Keiga probeerde ook de kapiteins van de Hollandse schepen die jaarlijks naar Nagasaki kwamen schilderingen van zijn hand te verkopen. Afgebeeld op deze schilderingen was de baai van Nagasaki met de Hollandse handelspost Deshima in de voorgrond en één of twee schepen voor anker. Inmiddels zijn twaalf van zulke schilderingen bekend, te dateren tussen 1823 en 1840. In formaat variëren ze van 463 x 680 mm tot 690 x 855 mm. Iets goedkoper waren kleinere schilderingen van alleen het eiland Deshima met zijn bebouwing, waarvan we inmiddels ongeveer twintig voorbeelden kennen, daterend van de jaren 1820 tot 1850. Maar nooit had iets ons kunnen voorbereiden op de ontdekking van dit acht-slags kamerscherm met een gezicht op de baai van Nagasaki met Deshima in de voorgrond, een aankoop, behalve door de Vereniging Rembrandt, mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds, het VSBfonds, de BankGiro Loterij en de Vrienden van Museum Volkenkunde.

Kamerscherm Montage Groot
Kawahara Keiga, Kamerscherm met de baai van Nagasaki, 1836, inkt en pigmenten op zijde, gemonteerd op een houten frame, 171,2 x 457,6 cm, Museum Volkenkunde, Leiden
Het eiland Deshima

Al was Deshima vanaf 1641 de VOC-handelspost op Japan, de belangstelling voor deze verre uithoek was gedurende bijna twee eeuwen minimaal. We vinden weliswaar afbeeldingen van het eilandje Deshima in zowel Arnoldus Montanus' Gedenkwaerdige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in ’t Vereenigde Nederland (1669) als Thomas Salmon's Hedendaegsche historie, of tegenwoordige staet van alle volkeren (1736), maar we hebben geen idee in hoeverre die ook met de werkelijkheid overeenkomen. Dit zou pas drastisch veranderen toen men zich realiseerde dat Deshima – met Fort Elmina op de Afrikaanse westkust – de enige plek was waar de Nederlandse driekleur altijd in top bleef, toen hier in de Napoleontische tijd de Franse vlag werd gehesen, en de Engelse in onze koloniën. Zo werd het kunstmatige eiland Deshima, dat in 1634 in de baai van Nagasaki werd aangelegd om de Portugezen te kunnen controleren, een monument voor ons geslaagde verzet tegen zowel de Fransen als de Engelsen. Het is dan ook begrijpelijk dat Reinier van de Kasteele (1767-1845), directeur van het in 1816 gestichte Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden, Jan Cock Blomhoff (1779-1853), het aankomend hoofd van Deshima ('opperhoofd' genoemd), voor zijn vertrek verzocht om in Japan een schaalmodel van dat beroemde, maar zo onbekende eilandje te laten maken. Blomhoff bestelde dit direct na aankomst in 1817 bij handwerkslieden in Nagasaki en na aankomst in het Kabinet in 1820, werd het – in wat nu het Mauritshuis is – opgesteld. Het model, bestaande uit 36 gebouwen, hekken, poortjes, bomen, de stenen muur, en natuurlijk de vlaggenmast, alles bij elkaar 190 onderdelen, besloeg bijna 8,80 x 3,65 m in een zaal van 13,5 x 7,3 m. Zo had men hier voor het eerst sinds 1641 een actueel beeld van hoe Deshima er uitzag.

Als je dan vertelde dat je het eilandje Deshima in de baai van Nagasaki met eigen ogen had gezien, kon iedereen ook weten waar je het over had. Zo ontstond de hierboven genoemde markt van schilderingen van de baai van Nagasaki met Hollandse schepen voor anker, of van Deshima alleen. Behalve aflossing van de twaalf tot vijftien man die permanent op onze handelspost verbleven, en proviand zoals kazen, hammen, wijn en jenever, brachten de schepen vanuit Batavia handelswaar: veel suiker, wollen en katoenen stoffen, sappan- en andere tropische houtsoorten, kamfer, lood en tin, hertenhuiden, olifantstanden, roggevellen, peper en kruidnagelen. De gouvernementshandel betrof vooral Japans koper, maar via de private handel vonden ook lakwerk, porselein, zijden stoffen, kamerschermen, parasols en bezems hun weg naar Batavia, en vandaar ook naar Europa.

Kamerscherm Deshima De Nederlandse Handelspost Detail
Detail van het kamerscherm met het eiland Deshima
Schilderingen van de baai van Nagasaki en het eiland Deshima

De vroegste schilderingen voor de Hollandse markt – vooral gemaakt voor scheepskapiteins en de opperhoofden van Deshima – dateren van eind jaren 1810 en de vroege jaren 1820, geschilderd door Ishizaki Yūshi (1768-1846). In opdracht van de gouverneur van Nagasaki schilderde Yūshi ook het Engelse schip Phaeton dat in 1808 naar Nagasaki kwam, in 1813 het olifantje dat Thomas Stamford Raffles, de Britse luitenant-gouverneur van Java, aan de shogun dacht te schenken, en in 1817 de familie van vrouw, kind, min en meid die opperhoofd Blomhoff naar Deshima meebracht. Hij werkte veel in opdracht van Blomhoff, maar toen later Fisscher en Siebold met nog meer verzoeken voor schilderingen kwamen, deed hij zijn positie over aan zijn leerling Kawahara Keiga. Vanaf 1823 mocht deze vrijelijk op Deshima komen en voor de Hollanders werken. Zo schrijft Johan van Overmeer Fisscher: 'Men zoude zich van de teekenkunst der Japanners een al te ongunstig denkbeeld maken, wanneer men dezelve alleen wilde beoordeelen naar de proeven, welke door de Hollanders naar Europa worden gebragt. Doch men moet bedenken, dat wij deze stukken slechts door tusschenkomst van een’ enkel’ teekenmeester te Nagasakki kunnen verkriigen. Deze is uitsluitend gemagtigd, aan de Hollanders te leveren/…/. Deze kunstenaar, hoezeer vlug en ervaren, kan onmogelijk dit werk alleen af, en gebruikt daartoe zijne knechts en leerlingen, die het evenzeer als de meester als eene kostwinning beschouwen, en, daar zij overtuigd zijn van geene mededingers te hebben, het werk, zoo goed of kwaad als zij verkiezen, afleveren' - Johan van Overmeer Fisscher, Bijdrage tot de kennis van het Japansche rijk, Amsterdam 1833, pp. 130f.

Deshima
Kawahara Keiga, Het eiland Deshima, ca. 1820-30, inkt en pigmenten op Hollands papier, 218 x 412 mm, Museum Volkenkunde, Leiden
Het kamerscherm van 1836

De grootste werken die we tot voor kort van Keiga kenden, zijn twee panoramische gezichten van de baai van Nagasaki, één gezien vanuit het noorden met de stad links (36 x 210 cm), het andere gezien vanuit het zuiden, met Nagasaki rechts (47 x 274 cm), beide ongesigneerd. Deze indrukwekkende en zeer gedetailleerde gezichten op de bergen langs de baai, toen nog grotendeels onbebouwd, werden in 1825 door Blomhoff aan het Koninklijk Kabinet geschonken. Maar niemand had ooit kunnen vermoeden dat Keiga ook een gezicht op de baai voor een kamerscherm, acht-slags notabene, zou hebben geschilderd. Dat komt neer op een schildering van 151,8 x 440,2 cm, het rechter paneel is gesigneerd 'Keiga', met een ovaal zegel met zijn naam Toyosuke in Europese letters als MSRTojoskij.

Het is vanuit een hoog punt in de bergen rond Nagasaki geschilderd, waarbij het opmerkelijk is dat hij voor deze belangrijke opdracht een ander gezichtspunt koos dan gebruikelijk in zijn eerdere schilderingen van kleiner formaat. Daardoor komt Deshima veel meer in het centrum, op het vijfde paneel van rechts, terwijl dat in alle vroegere schilderingen uiterst links, op het zevende paneel, terecht zou komen. Dankzij een ingreep in het perspectief wordt Deshima heel duidelijk zichtbaar. Daar valt direct op dat de koekraal en het varkenshok, links achter in de groentetuin, plaats hebben gemaakt voor een uitkijkpost, waarschijnlijk om een beter zicht te hebben op de Japanse handel met de Chinezen, op het rechthoekige eiland links. Dezen waren daar niet echt van gediend, en die uitkijkpost werd dan ook al heel snel weer afgebroken. Verder zien we de plantentuin in de voorgrond links met stenen ommuurd. Die aanpassingen in de bebouwing memoreert opperhoofd Johannes Erdewin Niemann (1796-1850; opperhoofd 1834-1838) in zijn verslag over de handelspost uit 1835. Deze schildering dateert van een jaar later, met het zeilschip Marij en Hillegonda voor anker, duidelijk identificeerbaar door het nummer 294 op de kapiteinswimpel.

Het lijkt het meest waarschijnlijk dat Niemann opdracht gaf voor deze uitzonderlijke schildering, de grootste ooit voor Keiga. In 1841 keert Niemann in Nederland terug met zijn twee dochters – zijn zoontje Frans stierf vlak voor zijn vierde verjaardag in 1832, zijn vrouw Maria Stevens in 1834. Het lijkt waarschijnlijk dat het scherm met het uitzicht op de baai van Nagasaki na zijn overlijden in 1850 aan de Grand Bazar Royal van Dirk Boer op Scheveningen werd verkocht, de belangrijkste handelaar in Japanse en Chinese kunstvoorwerpen. Er is zelfs een aantoonbare link tussen de Bazar en de vorige eigenaars, waar dit scherm tot voor kort de slaapkamer sierde, ergens op de derde verdieping in een boomrijke straat. Daarom is het zeker aan een grondige restauratie toe – waarna het, prominent in de Japan-zaal, niet alleen de kroon op de Keiga-collectie van Leiden zal zijn, maar ook een monument voor de plek van waaruit Blomhoff, Fisscher en Siebold in de jaren 1820 de Leidse Japan-verzameling maakten die zijn weerga zelfs in Japan niet kent.

Kamerscherm Marij En Hillegonda Detail
Detail van het kamerscherm met het zeilschip Marij en Hillegonda

Zie, denk, doe mee

Als u zich hier aanmeldt ontvangt u onze maandelijkse nieuwsbrief. U kunt zich hier weer elk moment voor afmelden.

Vul hier uw e-mailadres in en meld u aan!
Aanmelding is mislukt, probeer opnieuw.
Dankuwel voor uw inschrijving.
Bekijk ook

Oudheid en Archeologie

Oudheid en Archeologie
Griekse Kop
Als Kunst Je Lief Is Header 1920X1080
Uitgelicht

Bezoek meer dan 40 musea in een dag tijdens de tentoonstelling 'Als kunst je lief is'

Bekijk 'Als kunst je lief is'