Drie-kranen kan

ca. 1758-60 Joannes Andreas Gerardus l'Herminotte

Herminotte Drie Kranen Kan
Kunstenaar
Joannes Andreas Gerardus l'Herminotte
Datering
ca. 1758-60
Techniek
Zilver
Afmetingen
H 30,8 cm
Museum
Bonnefanten
Verzamelgebied
Zilver
Periode
1700-1800
Gesteund in
2017
Herkomst
Particuliere collectie, Nederland, 2017; Bonnefanten, Maastricht

In de tweede helft van de 18de eeuw kende Maastricht een culturele heropleving die goed is terug te zien in de productie van luxe zilverwerk. Deze productie stond bekend om zijn hoge kwaliteit en trok klanten tot ver buiten de eigen regio. Joannes l’Herminotte (1732-1802) gold als een van de meest vooraanstaande Maastrichtse zilversmeden uit die tijd. Hij produceerde vooral zilver in de uitbundige Luikse stijl. Voor deze driekranenkan koos l’Herminotte er echter voor de Luikse stijl te combineren met de meer ingetogen Hollandse stijl, waardoor dit zeldzame object de uiterst complexe geografische, culturele en politieke positie van Maastricht in de 18de eeuw toont.

Met dank aan

Aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Themafonds Zilver) en een particulier

Vragen

Ziet u een fout? Of hebt u extra informatie over dit object? Laat het ons weten!

Bekijk het werk in context

Drie Kranen Kan Halsema
1 / 3

Drie-kranen kan

Anders dan in Maastricht was de kranenkan in Noord-Nederland een gangbaar artikel, dat in vele tientallen werd vervaardigd, met uiteraard verschillen in omvang, afwerking en kwaliteit. Tot de meest aansprekende en vroegste voorbeelden uit Groningen behoort het exemplaar van Frerick Halsema, dat ook voorzien is van drie kranen. Sommige van de samenstellende delen zijn gegoten, andere gedreven en de zogenaamde cut-card techniek die alle zes panelen van het lichaam bedekt is opmerkelijk. De panelen zijn symmetrisch doch onderling steeds verschillend en de kranen zijn uitgevoerd als dolfijnen, die door putti bereden worden.

Frerick Halsema, Driekranenkan, 1710-11. Zilver, H 46 cm. Groninger Museum.

Suikervaas
2 / 3

Suikervaas

In de 18de eeuw werd bij de luxe-artikelen koffie en thee, kandijsuiker of gekonfijte vruchten gepresenteerd. Deze werden gepresenteerd in een zogenaamde suikervaas, bestaande uit een kelk op een voet waaraan aan de buitenzijde lepeltjes konden worden gehangen. Typisch voor Maastricht is dat dergelijke vazen op een geïntegreerd dienblaadje of tableautje werden gemonteerd. Mogelijk is dit gebruik ingegeven om te zorgen dat de kleverige lepeltjes niet zouden lekken op tafel.De suggestie dat de vaasjes ook voor gekonfijte vruchtjes werden gebruikte is afgeleid uit sommige van de bijbehorende lepeltjes. Deze waren aan de bovenkant van de steel voorzien van vorkjes, zodat de gasten zowel de kandij als de vruchten konden nemen zonder plakkerige vingers te krijgen.

Gerlach Jan van Gendt, Suikervaas, 1780-82. Zilver. Bonnefanten Maastricht (langdurig bruikleen van het Limburgs Geschiedkundig en Oudheidkundig Genootschap)

Mokkakan
3 / 3

Mokkakan

De sobere Haagse stijl, zoals die ook in Maastricht werd beoefend door bijvoorbeeld Jan van Gendt, appelleerde sterk aan de regentenklasse. Zij legden, met hun Haagse connecties, en duidelijke voorkeur aan de dag voor sobere en gladde objecten en juist weinig decoratie. Bij de geboren en getogen Maastrichtenaars konden de sobere afwerking en bolle wanden van de Haagse stijl op weinig bijval rekenen. Zij beschouwden dergelijk werk als onaf. Illustratief is deze mokkakan. De kan draagt het wapen van een telg uit de familie Van Randwijck.

Jan van Gendt, Mokkakan, 1734-36. Zilver, H 21 cm. Bonnefanten Maastricht