Mondriaan Tableau III Compositie in ovaal detail
Portretfoto Carel Blotkamp
16 april 2020 Carel Blotkamp

Kunst die je bijblijft #3

Nu de musea gesloten zijn vanwege de coronacrisis, vragen we elke week een kunstliefhebber welk kunstwerk hij of zij in het bijzonder mist en waarom. Carel Blotkamp verheugt zich op het weerzien in het Stedelijk Museum Amsterdam met Mondriaans Tableau III, een schilderij waarvoor het uitgangspunt een gebouw in de steigers was.
Mondriaan, Parijs 1914

Als kunstliefhebber heb je thuis allicht ook wel wat aan de muur hangen om van te genieten in deze periode van semi-quarantaine, maar soms kan je erg verlangen naar het moment waarop je weer in een museum voor een echt meesterwerk komt te staan. Ik denk dan onwillekeurig aan Piet Mondriaans Tableau III uit 1914 in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Voor mij komen in dat schilderij alle kwaliteiten samen die Mondriaan over een periode van ongeveer vijftien jaar had ontwikkeld: een grote gevoeligheid voor hoe licht en atmosfeer zich manifesteerden in de wereld om hem heen, een scherp oog voor wat de nieuwste ontwikkelingen in de avant-gardekunst, achtereenvolgens luminisme, fauvisme en kubisme hem te bieden hadden, en daarbij een zeldzaam mooie, even trefzekere als gevoelige penseelvoering.

Mondriaan Tableau III Compositie in ovaal verkleind

Piet Mondriaan, Tableau III, 1914 | olieverf op doek, 140 x 101 cm | Stedelijk Museum Amsterdam

Mondriaan schilderde het werk in Parijs, waar hij eind 1911 naar toe was gegaan om de avant-garde van nabij mee te maken. Hij bleef er wonen en werken tot de zomer van 1914. Het was een heel vruchtbare periode, waarin zo’n veertig kubistische schilderijen ontstonden. Aanvankelijk koos hij natuurlijke motieven, de zee, bomen, bloemen, maar gedurende het laatste Parijse jaar verlegde hij zijn belangstelling naar de architectuur van de stad: een kerkfaçade, het uitzicht over daken van huizen of zoals bij Tableau III, een gebouw in de steigers. Er zijn enkele schetsboekbladen van dat motief bekend en in het Peggy Guggenheim Museum in Venetië bevindt zich een schitterende grote houtskooltekening die als voorstudie voor het schilderij heeft gediend. Mondriaan exposeerde deze tekening (dat deed hij anders bijna nooit) in 1942 in New York onder de titel Scaffold.

Een gebouw, waarschijnlijk een woonblok in dit geval, heeft van zichzelf al een duidelijke indeling van etages en ramen, maar een constructie van steigers tegen de gevel, voor schilder- of verbouwingswerkzaamheden, legt daar nog eens een lijnenpatroon overheen. Dat is wat we op het schilderij zien, een labyrinthische architectonische structuur die als het ware symbool staat voor de metropool als biotoop van de moderne mens. In die termen dacht Mondriaan over de menselijke evolutie, die hij in theosofisch licht bezag. En nu ik het toch over licht heb: het schilderij is in tinten van gele oker, roze, lichtblauw en een beetje grijs uitgevoerd, maar de kleuren in de bovenste helft zijn lichter dan in de onderste helft. Ik stel me voor dat hij het gebouw observeerde bij vroege ochtendzon of avondzon, als aangrenzende gebouwen hun schaduw werpen op de lage etages terwijl de bovenste etages baden in het licht. Ook daarin wordt, heel subtiel, de menselijke evolutie uitgedrukt.

Het schilderij is in feite nog net zo atmosferisch als de majestueuze avondlandschappen en zeegezichten die hij omstreeks 1907/9 in Nederland maakte, en ook de schilderwijze vertoont die prachtige, enigszins vloeiende peinture die hij zich als landschapsschilder eigen had gemaakt: zie hoe hij de lijnen soms even aantast door er met de kwast met een lichte tint overheen te gaan, of een kleurvlakje verlevendigt door er een paar streken in een iets sterkere of afwijkende kleur op te zetten.

Meesterlijk.

Carel Blotkamp (Rembrandtlid sinds 1994) is emeritus hoogleraar moderne kunst aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en beeldend kunstenaar. Hij publiceerde in 1994 het boek Mondriaan: destructie als kunst.

©