Pantagruel header2
3 mei 2021

Monsterboek voor Museum Boijmans Van Beuningen

Museum Boijmans Van Beuningen heeft mede dankzij steun van de Vereniging Rembrandt een 16de-eeuws prentenboek verworven. Daarmee is de museumcollectie verrijkt met een imposante monsterparade, want het boek bevat maar liefst 120 houtsneden met deze fantasiewezens: van levende muziekinstrumenten met voelsprieten tot gedrochten met snuiten, slurven of snavels.

Pantagruel open verkleind2

François Desprez (toegeschreven aan), Les songes drolatiques de Pantagruel, 1565 | band met 120 houtsneden, 15,5 x 10,1 cm, 43 x 74,5 cm | Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam | gesteunde aankoop uit 2020

Ter vermaak

De monsters in het boek - getiteld Les songes drolatiques de Pantagruel - zijn dikwijls geïnspireerd op de kunst van Pieter Bruegel de Oude, die weer in de traditie stond van die andere grote monstermeester: Jheronimus Bosch. Anders dan bij die kunstenaars, worden de fantasiewezens hier echter niet in een moraliserende context getoond. In het prentenboek verschijnen de monsters elk op een eigen pagina, met als enige taak de lezer te vermaken. Les songes drolatiques de Pantagruel behoort tot de vroegst bekende voorbeelden van zo'n vrolijke monsterparade, waarbij religieuze of allegorische thematiek niet de boventoon voert.

Rabelais

Het prentenboek verscheen in 1565 als het laatste werk van de beroemde Franse schrijver François Rabelais, die twaalf jaar eerder was overleden. De titel verwijst naar een van de hoofdpersonen uit Rabelais' romancyclus Gargantua et Pantagruel. Hoewel er allerlei fantasierijke creaturen in zijn oeuvre voorkomen, is er geen reden om aan te nemen dat Rabelais betrokken was bij dit prentenboek; de monsters zijn vermoedelijk ontworpen door de relatief onbekende kunstenaar François Desprez. Dat Rabelais door de uitgever wordt opgevoerd als inventor, betreft waarschijnlijk een slimme marketingtruc. Zo kon het boek namelijk eeuwenlang meeliften op de populariteit van Rabelais.

Salvador Dali 1973 1


Links: de inspiratiebron uit Les songes drolatiques de Pantagruel | rechts: het moderne monster uit de lithoreeks van Salvador Dalí uit 1973

Bosch, Bruegel en Dalí

Surreële motieven zoals die in Les songes drolatiques de Pantagruel lopen als een rode draad door de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Het museum bezit werk van Jheronimus Bosch en Pieter Bruegel de Oude - de pioniers van de 'fantastische traditie' waaruit Les songes voortvloeide - maar ook van moderne exponenten als Salvador Dalí en Leonora Carrington. In een surrealistische lithoreeks van Dalí uit 1973 worden de monsters uit Les songes zelfs letterlijk geciteerd. Dankzij de aankoop van dit prentenboek kan het museum voortaan nog beter vertellen over deze fascinerende dwarsverbanden in de surreële kunst.

Met dank aan

Deze aankoop is tot stand gekomen met steun van de Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Themafonds Middeleeuwen en Renaissance) en de Stichting Lucas van Leyden.

Meer prenten uit het boek zien? Klik hier.

©