De onzichtbare hand: vrouwen schenken aan Museum Boymans
2025
- Onderzoeker(s)
- Anne-Linde Ruiter
- Gesteund in
- 2025
- Voltooid in
- 2026
Het onderzoek
Kunsthistoricus Anne-Linde Ruiter deed onderzoek voor De onzichtbare hand, een speciale editie van Boijmans Studie over het aandeel van 19de-eeuwse vrouwelijke schenkers in de collectie van Museum Boijmans-Van Beuningen (toen nog Museum Boymans). Dit resulteerde in vijf essays over de volgende vrouwen, allen afkomstig uit de Rotterdamse elite: Margaretha Cornelia Boellaard (1795-1872), Cornelia Schuurmans-Ripping (1802-1883), Cornelia Marjolin-Scheffer (1830-1899), Louise de Graaff-Bachiene (1870-1963), Elisabeth IJbeltje van Beek-van Hoorn Janssen (1883-1981) en haar schoonzus Grada Nicoline van Beek-Donner (1886-1955). Ruiter richt zich op de motieven van de schenkers, op de kunstwerken die zij toevoegden aan de museumcollectie en op hun invloed op en betekenis voor de collectie als geheel. Ook besteedt zij aandacht aan de rol van de Rotterdamse elite bij de collectieopbouw van het museum. Interessante 'bijvangst' is de connectie van sommige vrouwen met de Vereniging Rembrandt (1883):
'Dat Grada van Beek-Donner de Vereniging Rembrandt een warm hart toedroeg, blijkt uit het feit dat zij in juli 1929 een bedrag van 100 gulden schonk aan het "Nationaal Fonds 1930", dat door de Vereniging was opgericht en beheerd werd, met als doel het geschonken kapitaal te gebruiken voor de aankoop van kunstwerken in Nederland.'
Waarom gesteund
Het onderzoek leverde stof op voor nieuwe publieksverhalen, om de invloed van vrouwelijke schenkers zichtbaar te maken op zaal. De resultaten zijn onder meer opgenomen in de Depot-rondleidingen. Verder kwamen interessante zaken aan het licht, zoals de belangrijke rol van de (vrouwelijke) stedelijke elite in de collectievorming, en kon zelfs een aantal toeschrijvingen worden gecorrigeerd. De Boijmans Studie verschijnt in het najaar van 2026. In 2027 opent naar verwachting een Depot-tentoonstelling over het onderwerp.
Met dank aan
Uitgevoerd met steun van de Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Ekkart Fonds)