Beckmann banner
Column
Erik Joke de Wolf kleur
24 april 2024 Joke de Wolf

Een ruimte aan zee

Bij het woord zeegezicht denk ik aan zand, een horizon en eindeloos ver kijken. Ik denk aan de ongrijpbare vergezichten van Caspar David Friedrich, wiens werk dit jaar uitgebreid getoond wordt in Duitsland. En aan de kalme zee die Hendrik Willem Mesdag vaak heeft geschilderd, de zee die het Panorama van Scheveningen zo aangenaam tijdloos maakt.

Beckmann Badende mit grüner Kabine und Schiffern mit roten Hosen

Max Beckmann, Baders met groene kleedcabine en schippers met rode broek, 1934 | olieverf op doek, 80 x 60 cm, Kunstmuseum Den Haag | gesteunde aankoop uit 2021

Het schilderij maakt deel uit van de tentoonstelling Universum Max Beckmann die t/m 20 mei te zien is in Kunstmuseum Den Haag. Klik hier om meer over dit werk te weten.

Max Beckmann schilderde hier, in Zandvoort in 1934, een ander zeegezicht. Het is niet dat hij zijn klassieken niet kende, of onbekend was met de werkelijke zee. De Duitse kunstenaar ging zoals veel van zijn landgenoten graag naar de Noordzeekust, ook voordat hij in 1937 uitweek naar Nederland. Thuis in Berlijn en Frankfurt schilderde hij vooral de mensen en de dingen binnen, op Scheveningen en in Zandvoort schilderde hij het landschap. Toch deed hij dat niet op de manier zoals veel van zijn voorgangers dat deden.

Zoals duidelijk wordt in de huidige tentoonstelling in Kunstmuseum Den Haag koos Beckmann zijn eigen weg. Enerzijds zette hij zich bewust af tegen de nieuwste stromingen in de beeldende kunst. Anderzijds koos hij er niet voor om zich te houden aan de klassieke weergave van de ruimte die kunstenaars sinds de Renaissance hadden nagestreefd, hij bewonderde soms openlijk de volheid van de Middeleeuwen.

Hij koos een klassiek genre – het stilleven, het portret of, in dit geval, het zeegezicht – en gaf daar zijn eigen invulling aan. Bij zijn zeegezichten zette hij de voorgrond van het schilderij soms vol met schijnbaar toevallige accessoires – een boek, een raamkozijn, een glas. En soms maakte hij het zeegezicht, hét schoolvoorbeeld van het lange horizonschilderij, verticaal. Zoals hier.

Op de voorgrond staan twee onduidelijke ovale vormen; uit voorstudies weten we dat het waarschijnlijk de bovenste delen van twee strandstoelen zijn. Twee vlaggenmasten benadrukken de hoogte. Op het strand zien we spelende kinderen, we zien de ‘schippers met rode broek’ uit de titel, hun boot gekanteld ernaast. De zee reikt vervaarlijk hoog naar de horizon, ook daarmee vult Beckmann de ruimte. Er zijn zwemmers te zien, in de verte vaart een stoomschip. En midden op dat strand staat de groene kleedcabine. Een ding dat Beckmann vaker liet verschijnen, en ook hier is het het enige voorwerp dat diepte toont.

De ruimte van het schilderij is een essentieel middel voor de zoektocht naar de ‘individualiteit van onze ziel’, zo stelde de kunstenaar aan het eind van zijn leven. ‘In het begin was er de ruimte, die beangstigende en onvoorstelbare uitvinding van het almachtige. Tijd is een uitvinding van de mens, ruimte is het paleis van de goden.’ In dit drukke zeegezicht is de toevlucht niet aan de horizon maar daar, in die groene, tijdloze kubus.

Deze column is eerder gepubliceerd in het Bulletin van de Vereniging Rembrandt (voorjaar 2024), in de serie Enerzijds, Anderzijds.

Laatste nieuws

Apollo detail toorts
Laurens blog
7 mei 2024 Laurens Meerman

Apollo