College 10: Emilie Gordenker over Vincent van Gogh in Parijs

In de kunstgeschiedenis zie je vaak dat een bepaalde stad als centrum van vernieuwing tijdelijk een artistieke magneet voor kunstenaars wordt. Tussen 1850 en 1940 was dat Parijs. De Vereniging Rembrandt heeft flink wat kunst helpen aankopen die daar werd gemaakt.

Middeleeuws
Tussen 1850 en 1870 was, onder leiding van stadsplanner Haussmann, het doolhof van middeleeuwse straatjes die ordetroepen tijdens de vele Parijse oproeren parten speelden, vervangen door een overzichtelijk stadsplan van brede, rechte boulevards en prachtige pleinen. Voordat Van Gogh Parijs ontdekte, legde Johan Barthold Jongkind daar de stedelijke bouwbedrijvigheid al vast.

Modern
In dat moderne Parijs speelde het openbare leven zich af in straten, parken, theaters en cafés. En de moderne Parijse burger die langs de nieuwe boulevards flaneerde was tegelijk een nieuwe afzetmogelijkheid en een nieuw onderwerp om te schilderen. Vooruitstrevende schilders, zoals Louis Anquetin, schilderden het moderne leven in Parijs graag.

Mecenas
Kunstenaars kwamen van heinde en verre naar Montmartre waar ze samenklitten en experimenteerden met kleur, toets en perspectief. De armoede, die er ook heerste, gaat schuil achter de regen in Pierre Bonnards schilderij van de wijk, want hun kunst was weliswaar vernieuwend, maar nog niet erg populair. De impressionisten hadden geluk met de rijke Gustave Caillebotte, zelf ook impressionist, die de groep financieel ondersteunde. Mede daardoor konden ze eigen tentoonstellingen organiseren, waaraan de Amerikaanse Mary Cassatt – een van de kunstimmigranten – meer dan eens deelnam. Eerder dit jaar hielp de Vereniging Rembrandt bij de aankoop van een groep magistrale prenten van haar hand.

Ontdek

Parijs als stad van de kunst

College 9: Wayne Modest over kunst, het zelfbeeld van landen en kolonialisme

Het is misschien moeilijk voorstelbaar, maar ooit dacht men over kunst die in situaties van machtsongelijkheid is verkregen heel anders dan we dat nu doen. En hoewel musea, (kunst)historici en regeringen met elkaar in gesprek zijn over kunst die via koloniale onderdrukking in nationale en stedelijke collecties is terechtgekomen, is het laatste daarover nog niet gezegd.

Perspectieven
Wayne Modest heeft in zijn college mooi duidelijk gemaakt dat die discussie bovendien niet alleen moet gaan over bezittingen en teruggave, maar ook over nationale en culturele identiteiten. De Vereniging Rembrandt steunt aankopen die bestaande verhalen in nieuwe perspectieven kunnen plaatsen, zoals dit porseleinen beeld van een staande man. Ook restauraties van dergelijke voorwerpen krijgen steun, zoals die van de diorama’s van Gerrit Schouten (het artikel over die restauratie kan hieronder worden gedownload).

Reflectie
Inmiddels verzamelen musea met behulp van de Vereniging Rembrandt ook meer kunst waarin kunstenaars reflecteren op de nu nog tastbare gevolgen van onderdrukking en slavernij. Patricia Kaersenhout verbeeldde bijvoorbeeld hoe vrouwen van kleur nog steeds hun positie moeten bevechten. Otobong Nkanga belichtte de kwalijke gevolgen van de zucht naar ‘bling bling’ en El Anatsui verbeeldt met zijn kunst ook vaak dwarsverbanden tussen Afrika en andere continenten.

Download Diorama's uitgelicht
Met elkaar verzameld

Nieuwe perspectieven

College 8: Marc de Beyer over het geschilderde interieur en de tekenkunst in de 18de eeuw

Marc de Beyer eindigde zijn college met een prachtige aquarel (waterverftekening) van twee vogels. Het gebruik van wateroplosbare verf is al oud. In de middeleeuwen werden illustraties en beginkapitalen in manuscripten ermee ingekleurd en later gebruikten schilders zoals Albrecht Dürer waterverf voor studies als voorbereidingen op schilderijen. Over zo’n studie van Dürer schreef directeur van de Vereniging Rembrandt Fusien Bijl de Vroe een mooie column.

Transparant
Waterverf werd eerst vooral in dekkende vorm gebruikt. Langzamerhand ontstond een werkwijze waarbij de transparantie van waterverf juist werd ingezet. Ook werd papier (net als een tekening is een aquarel een kunstwerk op papier) beter van kwaliteit en daardoor geschikter voor waterverf. De doorschijnendheid van waterverf kwam landschapsschilders zoals Jacob Cats goed van pas, omdat de lucht ermee veel helderheid kreeg – het witte papier schijnt immers door de waterverf heen. Bovendien werkte een aquarel lekker vlot en waterverf kon (in tegenstelling tot olieverf) ook nog eens gemakkelijk mee naar buiten.

Zelfstandig
Zo werd waterverf in de 18de en 19de eeuw populair bij kunstenaars. Nog steeds voor studies, zoals deze van John Constable, of voor illustraties in boeken, zoals deze prachtige dagboekillustratie van Christiaan Andriessen, maar kunstenaars maakten nu ook aquarellen die voor het eerst waren bedoeld als zelfstandige kunstwerken, zoals dit landschap van Vincent van Gogh.

Bekijk

De mooiste aquarellen

College 7: Lisette Pelsers over het onderbewustzijn en dromen in de kunst

Scheppen
In onze nachtelijke dromen bedenkt ons brein visuele, nogal onlogisch verlopende verhalen. Verleden en heden zijn er, net als het bestaande en onbestaande, één pot nat. Regels gelden niet – de dingen ontstaan er vrij en associatief. Je zou bijna zeggen dat we ‘s nachts kunst scheppen. De droom is dan ook een oude bekende in de kunst. Zo schilderde Jheronimus Bosch eind 15de eeuw al droomachtige voorstellingen van Bijbelse dromen en visioenen.

Irrationeel
De Vereniging Rembrandt steunt droomaankopen graag. Eind 18de eeuw gebruikte Francisco de Goya de droom om uit te drukken dat het ‘gezond verstand’ niet zaligmakend is, omdat daarin de inspiratie ontbreekt. Zijn etsen lijken wel wat op nachtmerries en staan in contrast met het rationalisme van 18de-eeuwse verlichte denkers.

Onderbewuste
Lisette Pelsers loodste de kijker in dit college langs kunst waarin eind 19de eeuw het onderbewuste als een persoonlijk symbolisme werd verwerkt, zoals door Odilon Redon. Wat later was de droom voor surrealisten als Leonora Carrington een echt scheppingsinstrument en de hedendaagse kunstenaar Neo Rauch schildert taferelen die net als dromen ons tegelijk bekend en vreemd voorkomen en eigenlijk nooit goed te begrijpen zijn.

Ontdek

Droomaankopen

College 6: Peter Schoon over Ary Scheffer, de romantiek en veranderende smaak

Over smaak valt niet te twisten, maar in de kunst doet men dat toch en zo verliezen bejubelde stijlen soms hun charme. Vaak is dat tijdelijk, blijkt uit een paar voorbeelden.

Wisseling van de wacht
In de 17de eeuw vonden classicisten zoals Gerard de Lairesse de rauwe werkelijkheid van Rembrandt lelijk – het moest allemaal mooier en idealisering werd het devies. Gelukkig raakte Rembrandt niet in de vergetelheid. Peter Schoon vertelde al hoe de roem van andere schilders, midden 19de eeuw, wel verging, toen de eerst nog zo geliefde romantiek naast een nieuwe successtijl – het realisme – opeens te sentimenteel oogde. De Vereniging Rembrandt houdt van alle stijlen en steunde ook de aankoop van Ary Scheffers werk.

Kitsch
Ook de eerst zeer populaire Lourens Alma Tadema viel later een tijdlang uit de gratie. Tegenover het modernisme vanaf het fin-de-siècle vond men zijn werk kitsch en te academisch. In onze tijd wordt zijn technisch vernuft juist weer gewaardeerd. En vorige eeuw vonden invloedrijke kunstcritici het verbeelden van de zichtbare werkelijkheid een gepasseerd station. Realistische kunst zoals van Dick Ket raakte ‘uit’ en abstracte kunst ‘in’. Toch is ook die smaakrevolutie weer geluwd en is het realisme enkele decennia geleden herontdekt.

Bekijk

Kunstenaars met schommelende reputaties

College 5: Benno Tempel over het impressionisme en de Haagse School

De Vereniging Rembrandt steunt Nederlandse musea regelmatig bij aankopen van Nederlandse varianten van het impressionisme. Geïnspireerd door de Franse schilders die buiten schilderden, begonnen Nederlandse kunstenaars halverwege de 19de eeuw in Den Haag realistische landschappen te schilderen. Het viel kunstcritici op dat schilders van die Haagse School de sfeer van hun landschappen goed troffen, en ook dat ze in gedempte kleuren werkten. Als het in zo’n landschap eigenlijk meer om mensen ging, zoals bij Jozef Israëls, of als beesten een belangrijke rol hadden, zoals bij Anton Mauve, ook dan vielen de sfeer en grijze tonen op.

De stad als onderwerp
Toen jongere schilders in Amsterdam rond 1885 de artistieke vernieuwers werden, maakte het landelijke plaats voor het stedelijke. De stad werd het nieuwe landschap, met arbeiders, bouwputten en trams. Ook werkten ze met lossere toets, maar hun kleuren werden niet altijd lichter. Voor dat impressionistische trekje komen we toch bij de Franse Claude Monet uit, die tijdens zijn verblijf in Nederland een grijze Zaanse lucht zelfs nog een zomerse air gaf. En er was natuurlijk Isaac Israëls, die gaandeweg ook een zonniger palet hanteerde.

Bekijk

Toon vs kleur

College 4: Ger Luijten over de oorsprong van de buiten-schilderkunst

Nederlandse musea verzamelen, vaak met steun van de Vereniging Rembrandt, landschappen in alle soorten en maten en uit allerlei landen en tijden. In de 19de eeuw had Andreas Schelfhout succes met zijn wintertaferelen, waarvoor hij meer dan inspiratie vond bij 17de-eeuwse Hollandse meesters. Schelfhout en zijn voorgangers werkten vooral in het atelier, maar in Engeland pionierde John Constable al vroeg in de 19de eeuw met olieverfschetsen die hij buiten maakte.

Ter plekke
In Frankrijk, waar het landschapsgenre eerder nooit serieus was genomen, trokken halverwege de 19de eeuw schilders naar de bossen rond Barbizon om er in de natuur te schilderen. Nederlanders zoals Willem Roelofs en Jacob Maris kwamen kijken om die ter plekke gemaakte landschapskunst te ontdekken.

Samen
In Nederland raakten ‘en plein air’ gemaakte landschappen ook in trek, vooral van plassen, zompige polders en de kust. Door de trein werd het platteland beter bereikbaar en aantrekkelijk voor schilders, die daar vaak samen heen trokken, zoals de vrienden Constant Gabriël en Willem Bastiaan Tholen, waardoor net als in andere landen het aantal schildersdorpen toenam.

Bekijk

Landschappen uit de verbeelding en naar de natuur

College 3: Andreas Blühm over de invloed van de wetenschap op de kunst in de 18de en 19de eeuw

In de 18de en 19de eeuw werden wetenschap en technologie ongekend populair – en de schilderkunst profiteerde daar zichtbaar van. De Vereniging Rembrandt wil iedereen deelgenoot maken van die evolutie en steunt aankopen zoals het schilderij van Petrus van Schendel, die geboeid door de wetenschappen, wiskunde gebruikte om het perspectief op zijn doek nog echter te doen lijken (afgebeeld op dit schilderij is James Watt, die ook nog even voorbij kwam in het college). De ideeën over hoe de werkelijkheid er nu eigenlijk echt uitziet, verschoven overigens door interesse in licht en beweging – kijk maar naar de impressionisten. Nog iets later pasten George Seurat en Paul Signac de kleurenleer van de scheikundige Michel Eugène Chevreul toe in hun schilderkunst. Zij mengden kleuren niet op het palet, maar plaatsten die in streepjes en stipjes naast elkaar op het doek, want de rest kun je – zo wisten ze – overlaten aan het menselijk oog, dat de complementaire kleuren vanaf een afstand alsnog met elkaar vermengt. George Hendrik Breitner paste weer een andere vernieuwing toe: fotografie, wat duidelijk te zien is aan zijn bijzondere – meer fotografische – afsnijding van het beeld.

Bekijk

Tussen kunst en wetenschap

College 2: Josephina de Fouw over de schilderkunst van de 18de eeuw

Als er één ding duidelijk is geworden in dit college is het wel dat de schilderkunst van de 18de eeuw onterecht door veel musea wordt overgeslagen. Een 18de-eeuwse schilder die zeker meer aandacht verdient, is Jean-Étienne Liotard. Deze excentrieke en reislustige kunstenaar is afkomstig uit Zwitserland, maar kwam vanwege zijn oosterse kledij en lange baard bekend te staan als 'de Turk'. Vijf jaar geleden wist het Rijksmuseum met steun van de Vereniging Rembrandt een Hollands topstuk van hem aan te kopen. Onderaan deze pagina vind je een PDF van het artikel dat Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits over dit werk schreef voor ons kunstmagazine.

'Kamers in 't rond'
In de 18de eeuw hadden nagenoeg alle grote huizen aan grachten en lanen een zaal met wandschilderingen. Van deze 'kamers in 't rond', waar de toeschouwer bijna letterlijk het landschap kon instappen, is slechts een fractie bewaard gebleven. In 2017 konden de Nederlandse musea maar liefst drie van deze reeksen wandschilderingen aankopen. Over de reeks in Rijksmuseum Twenthe maakten we een filmpje. Wil je meer weten over 'kamers in 't rond'? Lees dan het PDF-artikel onderaan deze pagina.

Bonus: de allerkunstige klok
Naast de schilderkunst vierde ook de toegepaste kunst hoogtij in de 18de eeuw. Dat geldt misschien nog wel het meest voor de klokkunst. Weinig 18de-eeuwse klokken waren zo kunstig als de zogenaamde klok van Clay, die in 2016 werd verworven door het Speelgoedmuseum in Utrecht. Over deze spectaculaire orgelklok, waar kunstenaars uit heel Europa aan hebben meegewerkt en waarvoor Georg Friedrich Händel speciaal muziek componeerde, maakte BNR een aflevering voor de podcast-serie Eenmaal, andermaal...

Bewonder

Topkunst uit de 18de eeuw

College 1: Ann Demeester over eigenzinnige tijdgenoten van Van Gogh

Veel kunst die in dit college voorbijkwam, wordt gerekend tot het symbolisme. Tegen het einde van de 19de eeuw zetten vernieuwende kunstenaars zich met hun symbolistische kunst af tegen alles wat met realisme te maken had. In plaats daarvan exploreerden zij de mogelijkheden om het subjectieve en het geestelijke te verbeelden. En daar waar voorstellingen voorheen tot op zekere hoogte begrijpelijk waren, gebruikten schilders in het symbolisme een sterk persoonlijke, voor anderen moeilijk ‘leesbare’ symboliek. In het symbolisme werden vormen, lijnen en kleuren zelfstandige expressiemiddelen. Het was ook in deze tijd dat de kunst van Vincent van Gogh andere kunstenaars begon te inspireren, juist vanwege zijn expressieve lijn en kleur.

Symbolisme in Nederland
De vereniging Rembrandt helpt musea bij het verzamelen van Nederlandse symbolistische kunst. De kunststroming die in Frankrijk begon, bereikte Nederland onder andere via Jan Toorop die tijdens zijn verblijf in Brussel banden had met de avant-garde beweging van Les Vingt. Ook aangetrokken tot de nieuwe benadering van kunst was de iets jongere Johan Thorn Prikker die, zoals symbolisten vaker deden, zijn artistieke opvattingen in een uitgebreide correspondentie met tijdgenoten besprak. Voor beginnende kunstenaars, zoals Simon Moulijn, kon het symbolisme ook een tussenstation zijn, op weg naar hun uiteindelijke stijl.

Bonus: een geschilderde bloemenzee
Aan het begin van het college sprak Ann over het schilderij De tuin van Jacobus van Looy. Dit werk is tijdens de eerste coronalockdown van 2020 door drie van onze leden, Alet, Wietske en Maria, ingezonden als het kunstwerk dat zij toen het meest misten. Voor hen maakten we een pagina waarin we dit werk in een brede context plaatsten. Ook filmden we Wietske en Maria bij het weerzien met deze gezamenlijke 'vriendin'.

Ontdek

Drie Nederlandse symbolisten en één Franse 'profeet'

Kunst Die Je Bijblijft Headerbeeld2
Ophangen Van Doesburg Zonderlogo Bijgesneden En Verkleind

Verzamel je mee?

Als lid van de Vereniging Rembrandt help je musea bij het verzamelen van topkunst. Met de Rembrandtkaart heb je bovendien vrije toegang tot 125+ musea. Lid ben je al vanaf 75 euro (28 euro tot 28 jaar).

Verder lezen